Meer weten over dit product?

Stel een vraag of vraag documentatie aan:
  • CAD-bestanden, BIM-objecten en bestekteksten
  • Brochures en uitvoeringsvoorschriften
  • Projectondersteuning waar nodig

Omschrijving

Linoleum, kunststof en rubberen vloerbedekking zijn antistatisch en zijn daarom geschikt voor bijvoorbeeld computerruimten, laboratoria e.d. Voor speciale doeleinden (bijvoorbeeld ruimten met explosiegevaar) kunnen speciale stroom geleidende uitvoeringen worden geleverd.

Ter verbetering van de contactgeluidsisolatie kunnen speciale uitvoeringen worden geleverd of worden deze elastische vloerbedekkingen op een onderlaag van bijvoorbeeld kurkment gelegd.

Alle elastische vloerbedekkingen zijn tevens geschikt voor toepassing op verwarmde ondervloeren.

Een product vinden op NBD-Online?
>> Linoleum | Marmoleum  
>> Rubber vloerbedekking
>> Vinyl vloerbedekking     

 

Referentienummers

Samenstelling

Systeemopbouw van elastische vloerbedekking

Elastische vloerbedekkingen zijn naar hun opbouw te onderscheiden in:

Homogene vloerbedekkingen

Deze bestaan uit één of meer lagen die, wat hun samenstelling (receptuur) en dessin betreft, nagenoeg identiek zijn (totale dikte 1 à 4 mm). Dergelijke producten kunnen derhalve zonder dessinverlies, geheel versleten worden.

Homogene, elastische vloerbedekkingen worden vervaardigd op basis van:

  • kunststof;
  • linoleum;
  • rubber.
Heterogene (inhomogene) vloerbedekkingen

Deze bestaan uit één of meer onderlagen waaraan een deklaag is verbonden, die als slijtlaag functioneert (totale dikte 2 à 6 mm). Deze vloerbedekkingen worden als versleten beschouwd als de deklaag versleten is.

De onderlagen kunnen in belangrijke mate de kwaliteit van het eindproduct beïnvloeden. Vooral de veerkracht, contactgeluids- en warmte-isolatie van de vloerbedekking wordt door deze onderlagen bepaald.

Heterogene, elastische vloerbedekkingen worden uitsluitend vervaardigd op basis van kunststof in verschillende modificaties.

Homogene en heterogene, elastische vloerbedekkingen worden zowel in baan- als in tegelvorm geleverd en kunnen rechtstreeks op een gladde onderconstructie worden gelijmd. De naden kunnen open blijven door de banen koud tegen elkaar te leggen of worden afgedicht met behulp van een lasdraad. Door de naden te lassen wordt een gesloten vloerafwerking verkregen die aan de wanden met speciale profielen verder afgewerkt kan worden.

Elastische vloerbedekkingen zijn antistatisch en zijn daarom geschikt voor bijvoorbeeld computerruimten, laboratoria e.d. Voor speciale doeleinden (bijvoorbeeld ruimten met explosiegevaar) kunnen speciale stroom geleidende uitvoeringen worden geleverd (zie Elektriciteit, onder (Q)).

Ter verbetering van de contactgeluidsisolatie kunnen speciale uitvoeringen worden geleverd of worden de elastische vloerbedekkingen op een onderlaag van bijvoorbeeld kurkment gelegd.

Alle elastische vloerbedekkingen zijn tevens geschikt voor toepassing op verwarmde ondervloeren.

Elementopbouw van elastische vloerbedekking

In de praktijk worden elastische vloerbedekkingen meestal onderscheiden naar het materiaal op basis waarvan de slijtlaag is samengesteld. De volgende indeling wordt gehanteerd:

Kunststof vloerbedekking

Homogene producten

Deze bestaan uit een mengsel van een hoogwaardige PVC-soort, vulstoffen en pigmenten. De bovenzijde is glad of gestructureerd, de onderzijde vaak geslepen.

Heterogene producten

Deze hebben een slijtlaag die voornamelijk uit polyvinylchloride (PVC) bestaat. Deze laag kan gedessineerd zijn en wordt dan hecht aan het gladde, niet-gedessineerde oppervlak van een onderlaag verbonden. De onderlaag kan zijn vervaardigd op basis van kunststof (PVC), weefselvlies of schuim.
Bij sommige heterogene producten kan een afzonderlijke dessinvormende tussenlaag worden toegepast, die dan met een transparante PVC-laag wordt afgedekt. Om de mechanische eigenschappen verder te verhogen kan nog een extra tussenlaag van glasvezelversterkte PVC worden toegepast.

Linoleum vloerbedekking

Deze bestaat uit een mengsel van lijnolie, natuurhars, kurk en/of houtmeel, pigmenten en eventueel speciale vulstoffen. Hoewel linoleum op een onderlaag (meestal een open weefsel) wordt aangebracht, wordt deze onder homogene vloerbedekkingen gerangschikt omdat de onderlaag alleen als dragermateriaal tijdens de fabricage dient. Ter verbetering van de contactgeluidsisolatie worden speciale linoleumsoorten vervaardigd.

Rubber vloerbedekking

Deze bestaat uit een mengsel van synthetisch rubber, vulstoffen en kleurpigmenten. De bovenzijde van deze vloerbedekking kan glad zijn of sterk gestructureerd door middel van noppen.

Deze vloerbedekkingen zijn reeds door hun materiaalsamenstelling antistatisch of worden antistatisch gemaakt door toevoeging van bepaalde hoeveelheden geleidende vezels (grafiet, metaal of koolstof) bij de fabricage.

Voor specifieke doeleinden zoals computerruimten, telecommunicatieruimten e.d. kunnen ook speciale stroomgeleidende uitvoeringen worden geleverd. Bij deze uitvoeringen wordt meer geleidend materiaal aan de achterzijde van de vloerbedekking toegevoegd.

Een product vinden op NBD-Online?
>> Linoleum | Marmoleum 
>> Rubber vloerbedekking
>> Vinyl vloerbedekking     

Materiaal van elastische vloerbedekking

Kunststof vloerbedekking

Homogene producten

Deze worden vervaardigd uit een thermoplastische massa, polyvinylchloride (PVC), met toevoeging van weekmakers en vulstoffen. Tijdens de fabricage kunnen verder pigmenten, glijmiddelen en stabilisatoren worden toegevoegd.

Heterogene producten

Deze worden vervaardigd uit speciale (gemodificeerde) PVC-soorten. Als vulstoffen worden krijt, kalksteen, zwaarspaat, kiezelkrijt e.d. in de vorm van poeder of als fijne korrels gebruikt.

De onderlagen van de heterogene producten kunnen bestaan uit herverwerkt PVC, geschuimd PVC versterkt met glasvezels, kurkment of vilt.

Vulstoffen worden toegevoegd om de receptuurkosten te verlagen en tevens bepaalde eigenschappen van het eindproduct te verkrijgen of bevorderen. Met bijvoorbeeld karborundum of elektrokorund kan de slijtweerstand worden verhoogd, met metaalpoeders worden de stroom geleidende eigenschappen verbeterd en met vinylchips of kunststofgranulaat is het mogelijk een bepaald dessin aan te brengen.

Linoleum vloerbedekking

Deze wordt vervaardigd uit kurk en lijnolie. Kurk wordt als poeder of in de vorm van fijne korrels gebruikt. Voor helder gekleurd linoleum moet echter houtmeel worden verwerkt. Geoxideerde lijnolie vormt samen met natuurharsen het linoleumcement, dat als bindmiddel voor de uit kurk- en/of houtmeel, pigmenten en eventuele vulstoffen bestaande linoleummassa dient.
Voor kurklinoleum en kurkment worden grove kurkkorrels toegepast, kurkment wordt zonder pigmenten gefabriceerd. Als onderlaag (drager) voor linoleum worden juteweefsels gebruikt.

Rubber vloerbedekking

Deze wordt vervaardigd uit synthetische rubbersoorten, met toevoeging van pigmenten, vulstoffen, stabilisatoren en eventueel vulkanisatoren.

Fabricagemethode van elastische vloerbedekking

Kunststof vloerbedekking

Deze kan worden geproduceerd volgens de volgende procedés:

Kalanderprocédé

Volgens deze methode worden meestal de homogene soorten geproduceerd. Hierbij worden eerst alle grondstoffen mechanisch voorgemengd en vervolgens op verwarmde kneed- en walsmachines geplastificeerd en intensief gemengd. Het ontstane tussenproduct, een warme, plastische massa, wordt met behulp van een kalander tot een brede, eindeloze baan (folie) uitgewalst en vervolgens afgekoeld en opgerold. Een dergelijke baan is effen gekleurd en kan bijvoorbeeld als compacte laag voor de heterogene soorten dienen.

Om een gedessineerde baan te vervaardigen wordt het tussenproduct met een granulaat gemengd dat, qua samenstelling, gelijk is aan die van het tussenproduct. De korrels van het granulaat zijn echter anders gekleurd en kunnen van verschillende grootte zijn. Door de werking van de kalander worden deze korrels tot min of meer lange en brede "verwassen" slierten vervormd, die het jaspé genoemde dessin bepalen. De op deze wijze geproduceerde banen hebben een dikte van 0,50 à 0,75 mm. Op speciale machines worden twee of meer van dergelijke banen, onder inwerking van druk en temperatuur hecht met elkaar verbonden. Het ontstane baanvormige eindproduct wordt afgekoeld, op maat gesneden, opgerold en verpakt. Voor de productie van tegels worden deze banen op het gewenste tegelformaat gesneden en gestanst.

Om alle tegels even dik te krijgen en bij het plakken van de tegels een betere hechting van de kleefstof te bereiken, wordt de achterkant vaak geslepen.

Persprocédé

Van deze methode wordt meestal gebruik gemaakt bij de productie van tegels. De ruwe banen, met behulp van een kalander vervaardigd, worden hierbij op passend formaat gesneden en door middel van persen tot tegels verwerkt.

Ook bij de productie van tegels met een gemarmerd dessin, kan worden uitgegaan van het tussenproduct, dat reeds bij het kalanderprocédé is beschreven. De warme, plastische massa wordt hierbij met gekleurd granulaat gemengd en tot grote blokken geperst. Na het afkoelen worden de blokken tot tegels gesneden en vervolgens door persen en/of slijpen afgewerkt.

Rakelprocédé

Volgens deze methode worden meestal de heterogene soorten geproduceerd. Hierbij worden de grondstoffen tot een visceuse pasta gemengd, die met behulp van een rakelmes op een baanvormige onderlaag wordt opgebracht, bijvoorbeeld op een vlies van jute of polyester (voor bepaalde producten ook op een baan, die slechts tijdens deze eerste productiefase als drager dient). Door toevoer van warmte verhardt deze eerste laag en ontstaat een tussenproduct met een glad oppervlak. Meestal wordt vervolgens een tweede pastalaag opgebracht en verhit. Deze tweede laag kan dessinvormend werken.

Een andere mogelijkheid tot dessineren is de dessinvormende laag direct met kleurstoffen te bedrukken en vervolgens met een 0,2 à 0,3 mm dikke laag transparant PVC af te dekken. Op de dessinvormende laag kan ook een transparante PVC folie worden aangebracht, die op de achterkant met kleurstoffen bedrukt is.

Bijzondere mogelijkheden tot het dessineren en structureren van de gebruikslaag ontstaan door het invoegen van een dunne laag kunststofschuim tussen de eigenlijke onderlaag en een transparante slijtlaag. Het oppervlak van deze tussenlaag wordt met kleurstoffen bedrukt en met materialen behandeld, die de dikte van het schuim beïnvloeden.

Linoleum vloerbedekking

Deze wordt geproduceerd volgens het kalanderprocédé. Hierbij wordt eerst het zogenaamde linoleumcement voorbereid. Lijnolie wordt onder toevoeging van natuurharsen verwarmd, gerold en belucht waarna door oxidatie een vaste elastische massa (het linoleumcement) ontstaat. Samen met de andere grondstoffen wordt het linoleumcement verwarmd en intensief gemengd. Het dan ontstane granulaat wordt met behulp van een kalander onder hoge druk en in de gewenste dikte op baanvormig juteweefsel gewalst. Voor de vervaardiging van gedessineerd linoleum worden verschillend gekleurde linoleumgranulaten gemengd.

De van de kalander afkomende banen moeten 2 à 3 weken bij verhoogde temperatuur drogen. Daarbij oxideert het linoleum verder, waardoor de vloerbedekking zijn specifieke eigenschappen verkrijgt.

Rubber vloerbedekking

Gladde soorten worden geproduceerd volgens een methode, die nagenoeg met het beschreven kalanderprocédé van kunststof vloerbedekking overeenkomt.

Sterk gestructureerde (genopte) soorten worden volgens een persprocédé vervaardigd, waarbij zware persen worden gebruikt. In de bovenlaag kunnen dan verdiepingen worden ingeperst (noppen), die met een afwijkend gekleurde pasta gevuld kunnen worden. Daarna kan het oppervlak door verwarmen en vervolgens matteren verder worden afgewerkt.

Oppervlaktebehandeling van elastische vloerbedekking

Om onderhoud te vereenvoudigen wordt soms fabrieksmatig een speciale, slijtvaste beschermlaag (finish) aangebracht.

Toebehoren bij elastische vloerbedekking

Bij het gebruik van kunststof, linoleum en rubber vloerbedekkingen kunnen de volgende middelen noodzakelijk zijn:

  • Voorstrijk- en egalisatiemiddelen voor het behandelen van de ondergrond;
  • Diverse lijmen voor het hechten van de vloerbedekkingen op de ondergrond. Voor het verlijmen van de elastische vloerbedekkingen zijn lijmsoorten geschikt die zo snel aanharden, dat er geen aan het materiaal inherente dimensieveranderingen kunnen optreden. Tegenwoordig worden bijna uitsluitend dispersielijmen gebruikt (zie ook Veiligheid onder Verwerking en montage);
  • Lasdraden voor het waterdicht afwerken van de naden.

Hulpstukken

Voor speciale doeleinden of speciale gebruikerswensen kunnen de volgende middelen worden geleverd:

  • Diverse aansluitstukken voor het aansluiten van de banen op wanden en het afwerken van bijzondere constructies zoals trappen e.d.;
  • Lasdraden in verschillende kleuren en kwaliteiten om bij combinatie van verschillende vloerbedekkingen of bij het inwerken van een logo, een esthetische afwerking te verkrijgen;
  • Fabrieksmatig uitgesneden motieven (bijvoorbeeld cirkels met afbeeldingen) om de vloeren van kleuterverblijven, kinderkamers e.d. te kunnen decoreren.

Accessoires

Voor het verhogen van de contactgeluidsisolatie van elastische vloerbedekkingen zijn onderlegplaten van kurkment leverbaar en voor de stroom geleidende uitvoeringen kunnen in overleg met de leveranciers speciale voorzieningen, zoals koperplaten e.d., worden aangebracht.

Vorm en afmeting

Vorm van elastische vloerbedekking

Elastische vloerbedekkingen worden meestal als banen geproduceerd en geleverd maar zijn ook leverbaar in de vorm van tegels. De gebruikelijke vorm van de tegels is vierkant maar ook rechthoekige ("halve") tegels zijn leverbaar. De tegels kunnen in een ruimte zowel parallel als diagonaal worden gelegd.

Met de moderne snijtechnologieën is het tevens mogelijk logo's en speciale vormen in de vloerbedekkingen uit te beelden. De logo's worden op maat gemaakt, in het werk in de vloerbedekking ingesneden en daarna gelast.

Afmetingen, gewicht van elastische vloerbedekking

Zie tabel 1 voor de afmetingen en gewichten van elastische vloerbedekkingen.

Speciale uitvoeringen kunnen van deze maten belangrijk afwijken; bijvoorbeeld rubber vloerbedekkingen voor sporthallen, waar hoge eisen t.a.v. insnijbestendigheid en puntbelasting worden gesteld, hebben een dikte van ca. 10 mm.

Uiterlijk van elastische vloerbedekking

Oppervlaktestructuur

Elastische vloerbedekkingen hebben in het algemeen een glad, gesloten en poriënvrij oppervlak.

  • Kunststof vloerbedekking: de slijtlaag is meestal licht gestructureerd om een bepaalde mattering en tevens antislip werking te verkrijgen.
  • Linoleum vloerbedekkingen: het oppervlak is glad en gesloten. Kurklinoleum bezit een licht korrelige oppervlaktestructuur.
  • Rubber vloerbedekkingen: deze zijn leverbaar zowel met een vlak en glad oppervlak als met een sterk gestructureerd oppervlak in de vorm van noppen.
Kleur

Kunststof, linoleum en de gladde rubber vloerbedekkingen zijn zowel in de effen, z.g. uni-kleuren, als in de gemarmerde, gestippelde en gemêleerde varianten, in een groot aantal kleurschakeringen, leverbaar. Gestructureerde rubber vloerbedekkingen worden meestal in effen kleuren geleverd. De noppenstructuren van rubber vloerbedekkingen zijn ook leverbaar in tweekleurige varianten waarbij de noppen een andere kleur hebben dan de drager.

Homogene elastische vloerbedekkingen zijn vaak in gemarmerde of jaspé genoemde dessins leverbaar, waarbij gekleurde slierten in een effen gekleurde basismassa ingebed zijn.

Heterogene elastische vloerbedekkingen zijn in een nagenoeg onbeperkt aantal kleuren en dessins beschikbaar.

Homogene, stroomgeleidende uitvoeringen zijn vaak contrastrijk gedessineerd, zodat de toegevoegde stroomgeleidende vezels gecamoufleerd worden.

Om linoleum goed op kleur te kunnen beoordelen is het raadzaam, de monsters enkele uren vrij in het daglicht te leggen. Door de oxidatie van linoleum ontstaat namelijk een z.g. rijpingsproces dat de kleuren geelachtig kan doen veranderen. Bij helder daglicht vermindert dit proces en verschijnt de echte kleurtint van het linoleum. Het rijpingsproces is geen kwaliteitsgebrek maar een eigenschap die inherent is aan de natuurlijke grondstoffen van het linoleum.

Glans

De glans van elastische vloerbedekkingen varieert van mat tot licht glanzend. Door een beschermlaag aan te brengen, kan de glans van zijdemat tot sterk glanzend gaan variëren.

Neveneffecten

Alle elastische vloerbedekkingen van kunststof, linoleum en rubber zijn, enige tijd na het leggen, nagenoeg reukvrij.

Prestaties

Mechanische eigenscappen van elastische vloerbedekkingen

Oppervlakte-eigenschappen

Om de oppervlakte-eigenschappen van elastische vloerbedekkingen aan te duiden, zijn diverse testmethoden beschikbaar.

Zie tabel 2 voor enige indicatiewaarden voor de oppervlakte-eigenschappen van elastische vloerbedekkingen. Weinig leveranciers geven echter een volledig overzicht van de gegevens, die in tabel 2 weergegeven zijn. De testmethoden zijn nog niet geharmoniseerd en de methoden die de leveranciers gebruiken om hun product te testen verschillen dan ook per leverancier.

De classificatie volgens UPEC gaat uit van de duurzaamheid als belangrijkste criterium voor de beoordeling van een vloerbedekking.

Vuur, explosie en elastische vloerbedekkingen

Brandbaarheid

Nagenoeg alle grondstoffen waaruit elastische vloerbedekkingen zijn samengesteld zijn brandbaar.

Brandvoortplanting

Elastische vloerbedekkingen leveren geen bijdrage aan de brandvoortplanting.

Door de fabrikanten worden meestal de beproevingsresultaten volgens NEN 1775 of DIN 4102 aangegeven. Deze resultaten geven aan dat kunststof en rubber vloerbedekkingen voldoen aan klasse T1 volgens NEN 1775 (klasse B1 volgens DIN 4102). Linoleum valt afhankelijk van de uitvoering in klasse T1 (B1) of T2 (B2).

Rookontwikkeling

Elastische vloerbedekkingen zijn sterk rookontwikkelend.

Gedrag bij brand

Bij brand kunnen elastische vloerbedekkingen rook en verbrandingsgassen ontwikkelen.

Linoleum en rubber vloerbedekkingen zijn 'cigarettes-proof'. Kunststof vloerbedekkingen niet. Als een klein brandend of gloeiend voorwerp (sigaret, lucifer e.d.) op een kunststof vloerbedekking valt, ontstaat een gele of bruine vlek die niet kan worden verwijderd.

Gassen, vloeistoffen en vaste stoffen en elastische vloerbedekkingen

Waterdichtheid

De waterdichtheid van elastische vloerbedekkingen wordt bepaald door de waterdichtheid van de naden. De elastische vloerbedekkingen zelf kunnen als waterdicht worden beschouwd. Door middel van een speciale lasdraad kunnen de naden waterdicht worden uitgevoerd (zie Afwerking).

Diffusie

De waterdampdoorlatendheid van elastische vloerbedekkingen is zo gering dat deze producten als dampremmend beschouwd kunnen worden. Bij gebruik van dergelijke producten op waterdampdoorlatende vloeren, bestaat het gevaar dat er storende waterdampbellen tussen de vloer en de vloerbedekking ontstaan.

Bestandheid

Door scherpe kanten van korrelige vaste stoffen (zand e.d.) kan verhoogde slijtage op het oppervlak van de vloerbedekkingen optreden.

De chemicaliënbestandheid van elastische vloerbedekkingen is afhankelijk van de hoeveelheid, de frequentie en de temperatuur waarmee deze chemicaliën op de vloerbedekking terecht komen en hoe snel zij worden verwijderd. Zie tabel 3 voor een indicatie van de bestandheid tegen inwerking van diverse stoffen.

De tabel geeft alleen een indicatie. De chemicaliënbestandheid wordt door de leveranciers per product aangegeven, zodat men de juiste vloerbedekking voor een bepaalde ruimte kan kiezen.

Thermische eigenschappen van elastische vloerbedekking

Geleiding

Elastische vloerbedekkingen leveren vanwege hun geringe dikte nauwelijks een bijdrage aan de warmteweerstand van de vloer.

Bestandheid

Elastische vloerbedekkingen zijn kortstondig bestand tegen temperaturen tot ca. 80°C. Bij toepassing op vloerverwarming dient de temperatuur van de vloerbedekking niet hoger dan 27°C te komen.

Optische eigenschappen van elastische vloerbedekkingen

Kleurechtheid

De kleuren van vloerbedekkingen kunnen onder invloed van licht veranderen, vergelen of verschieten. De kleurvastheid (lichtechtheid) van elastische vloerbedekkingen wordt volgens NEN-ISO 4892 bepaald. Hierbij wordt een vloerbedekkingsmonster gedurende 24 uur met ultraviolet licht (xenonlamp) bestraald. Het zo bestraalde monster wordt vergeleken met een blauwschaal, waarvan het maximum 8 is. Projectvloerbedekkingen hebben een lichtechtheid van ca. 7.

Akoestische eigenschappen van elastische vloerbedekking

Contactgeluidsisolatie

De waarden voor de contactgeluidsisolatie (contactgeluidsverbetering in dB) van elastische vloerbedekkingen worden meestal volgens NEN-EN-ISO 10140 bepaald. Zie tabel 4 voor de resultaten. Uit deze tabel blijkt dat de contactgeluidsisolatie van vloerbedekkingen gering is. Door toepassing van kurkment of andere elastische onderlagen voor dergelijke producten kan een aanzienlijke verbetering (16 tot 20 dB) worden bereikt.

Elektriciteit, magnetisme, straling en elastische vloerbedekking

Elektriciteit

In de standaard uitvoeringen hebben elastische vloerbedekkingen een oppervlakte- en doorgangsweerstand kleiner dan 1.1010 Ohm en kunnen daarom als antistatisch worden beschouwd (voor de indicatiewaarden zie tabel 4).

Aarding

Stroomgeleidende vloerbedekkingen moeten overeenkomstig NEN 1010 worden geaard.

Toepassing

Functionele bruikbaarheid van elastische vloerbedekkingen

Het toepassingsgebied van elastische vloerbedekkingen omvat intensief belopen ruimten, ruimten waar statische elektriciteit ongewenst is en waar hoge eisen aan hygiëne worden gesteld.

De vloerbedekkingen zijn geschikt zowel voor woning- als utiliteitsbouw in bouwobjecten zoals kazernes, scholen, fabricage- en opslaghallen, expeditieruimten, werkplaatsen, sporthallen e.d. en ook geschikt voor trappen en gangen.

De stroomgeleidende uitvoeringen maken toepassingen in de computersector, werkplaatsen voor micro-elektronica e.d. mogelijk.

Alle elastische vloerbedekkingen zijn in principe geschikt voor gebruik op vloerverwarming; aanbevolen wordt de leverancier om advies te vragen.

Met de Europese norm EN ISO 10874 (voorheen EN 685) is voor elastische vloerbedekkingen een Europese classificatie ingevoerd. Deze norm moet voor fabrikanten, architecten en gebruikers een leidraad zijn bij de keuze van de geschikte klasse voor de geplande toepassing. De diverse klassen in deze norm zijn op de gebruiksintensiteit afgestemd. De verschillende toepassingsmogelijkheden, gerelateerd aan de klasse, zijn in tabel 5 weergegeven.

Door fabrikanten van elastische vloerbedekkingen wordt soms de UPEC classificatie aangegeven (zie tabel 2).

Het is aan te bevelen, voor situaties waar hoge chemicaliënbestandheid en/of decontamineerbaarheid wordt vereist, de vloerbedekkingen in overleg met de leverancier te kiezen.

Een product vinden op NBD-Online?
>> Linoleum | Marmoleum  
>> Rubber vloerbedekking
>> Vinyl vloerbedekking     

Economische bruikbaarheid van elastische vloerbedekkingen

Elastische vloerbedekkingen kenmerken zich door hun gemakkelijk onderhoud.

Ontwerpdetails voor elastische vloerbedekkingen

Als onderconstructie voor elastische vloerbedekkingen komen in aanmerking:

  • steenachtige (afwerk)vloeren;
  • houten vloeren afgewerkt met triplex of hardboard. Het triplex of hardboard dient aan de randen en over het gehele oppervlak om de 150 mm te worden gespijkerd om een goede ligging van de platen te verzekeren.

Om bij grote projecten transport- en snijproblemen binnen het gebouw te voorkomen kan op basis van een legplan, reeds in de fabriek de vloerbedekking in stukken van passende lengte en breedte worden gesneden.

Een stroomgeleidende vloerbedekking dient op een stroomgeleidingssysteem te worden gelegd. Hierbij zijn bij elastische vloerbedekkingen de volgende stroomgeleidende systemen mogelijk:

  • op koperbanden: hierbij wordt onder elke vloerbedekkingsbaan, respectievelijk elke tegelrij, een doorlopende koperband geïnstalleerd. Aan de kopse kanten moeten deze koperbanden door een dwarsleiding worden verbonden. Op twee plaatsen, bij grotere vertrekken (meer dan 40 m2) op diverse plaatsen, dienen aansluitpunten voor de aardleiding te worden geplaatst;
  • op een stroomgeleidende laag: hierbij wordt de ondergrond van een stroomgeleidende voorstrijklaag voorzien. De aansluitpunten voor de aardleiding moeten zodanig zijn bepaald dat ze niet meer dan 10 m van elkaar liggen. Op deze aansluitpunten worden koperbandstroken over een lengte van 0,5 m ingelijmd;
  • bij een tweevoudige kwaliteitseis: indien er gelijktijdig standplaats-isolatie  vereist wordt, worden geen koperbanden of stroomgeleidende voorstrijklagen gebruikt. Bij deze eisen is het raadzaam, een speciaal advies bij de leverancier in te winnen.

Verwerking en montage

Transport van elastische vloerbedekkingen

Elastische vloerbedekkingen worden meestal door de fabrikant of de dealer franco werk geleverd.

Opslag van elastische vloerbedekkingen

Elastische vloerbedekkingen, zowel de rollen als de tegels, dienen in een droge ruimte, bij normale kamertemperatuur (ca. 18°C) te worden opgeslagen.

Voorbereiding van elastische vloerbedekkingen

Voordat men de vloerbedekking kan gaan leggen dient de ondervloer goed te worden voorbereid, zodat deze egaal, stevig, droog en vrij van barsten en scheuren is en blijft. Compacte niet zuigende ondergronden zoals gietasfalt of gegronde/geverfde stortvloeren, moeten bij het gebruik van dispersielijmen met een voldoende dikke laag (ca. 2 mm) worden geëgaliseerd met daarvoor geschikte egalisatiemortels.

Baanvormige vloerbedekking

De banen worden op maat gesneden en los uitgerold, tenminste 24 uur in het vertrek gelaten om bij kamertemperatuur te acclimatiseren.

Tegelvormige vloerbedekking

De tegels worden waaiervormig op de vloer uitgespreid en tenminste 24 uur in het vertrek gelaten om te acclimatiseren. Voordat met het leggen van de tegels wordt begonnen, dient het tegelpatroon te worden uitgezet en het beginpunt op de volgende wijze worden bepaald:

  • Parallel leggen: hierbij wordt in het midden van de ruimte, een koord (richtlijn) evenwijdig aan de wand gespannen. Het beginpunt wordt zodanig bepaald, dat er langs de randen nagenoeg hele tegels komen te liggen;
  • Diagonaal leggen: hierbij wordt eerst in het vertrek de symmetrie-as bepaald waarlangs men wil gaan leggen. Daarna kan overeenkomstig het parallel leggen een beginpunt worden bepaald.

Verwerking van elastische vloerbedekkingen

Bij het leggen van elastische vloerbedekkingen moet de kamertemperatuur minimaal 18°C en de temperatuur van de ondergrond minimaal 15°C zijn. De relatieve luchtvochtigheid mag niet hoger dan 75% en niet lager dan 40% zijn.

Baanvormige vloerbedekking

Nadat de op maat gesneden banen zijn geacclimatiseerd worden deze gelegd. Hierbij dienen kopse aansluitingen van banen te worden vermeden. Alleen bij banen langer dan 5 m zijn kopse aansluitingen acceptabel. M.b.v. een afschrijver kunnen de contouren van kozijnprofielen e.d. op de vloerbedekking worden overgebracht en daarna passend afgesneden. Zijwaarts van de baan gelegen deuropeningen, nissen e.d. kunnen met losse stroken worden belegd. De banen worden tot het midden van het vertrek teruggeslagen waarna met het lijmen kan worden begonnen. Men begint bij de middelste baan en in principe wordt over het volledige oppervlak verlijmd. Nadat met een getande kitstrijker een lijmbed is aangebracht, wordt de vloerbedekking aangedrukt op de ondergrond.

Vloerbedekkingen met sprekende, figuratieve dessins moeten zorgvuldig worden gelegd om te bereiken dat het dessin van naast elkaar liggende banen als het ware naadloos aan elkaar sluit. Het is bovendien raadzaam, alleen banen uit één en dezelfde productiepartij naast elkaar te leggen, om kleurverschil te voorkomen.

Tegelvormige vloerbedekking

Nadat de tegels zijn geacclimatiseerd, wordt een lijmbed aangebracht en worden de tegels langs de uitgezette richtlijnen gelegd. Over het algemeen legt men de tegels met het dessin in wisselende looprichting (schaakbordpatroon) maar indien gewenst, is het mogelijk de tegels in dezelfde richting te leggen.

De aarding van een stroomgeleidende vloer is een aangelegenheid van de elektro-installateur.

Afwerking van elastische vloerbedekkingen

Voor een naadloze en waterdichte afwerking van de vloer of bij leggen van elastische vloerbedekkingen op kurkment onderlagen, spaanplaten of verwarmde vloeren, dienen de naden steeds met een lasdraad te worden afgedicht. Het afdichten van de naden vindt plaats nadat de lijm is uitgehard, bij dispersielijmen is dit op zijn vroegst 48 uur na het leggen. De naden worden dan uitgefreesd en vervolgens met een handlasapparaat (kleine objecten) of een automatisch lasapparaat (grote objecten) afgedicht.

Verwerkingstijd van elastische vloerbedekkingen

Verwerkingstijden zijn afhankelijk van de ruimtevorm, type vloerbedekking en de omstandigheden waaronder de vloerbedekking wordt gelegd. Ter indicatie: voor het leggen van een kunststof vloerbedekking in ruimten van 10 tot 40 m2 kan gemiddeld met 0,10 à 0,15 manuur/m2 worden gerekend.

Bewerkbaarheid van elastische vloerbedekkingen

De vloerbedekkingen kunnen met gewoon snijgereedschap worden gesneden.

Veiligheid van elastische vloerbedekkingen

Oplosmiddelhoudende lijmen zijn in niet uitgeharde toestand zeer brandbaar en kunnen bij een gevoelige huid eczeem veroorzaken. Tegenwoordig worden uitsluitend de veilige, oplosmiddelvrije dispersie- of poederlijmen toegepast.

Onderhoud

Lees voor het onderhoud van elastische vloeren het artikel
"Onderhoud van linoleum, kunststof en rubberen vloerbedekking"

 

Kwaliteit en garantie

Onder de voorwaarde, dat de adviezen met betrekking tot het toepassingsgebied, het leggen en het onderhoud van de vloerbedekkingen worden opgevolgd, verstrekken veel leveranciers een garantie van minimaal 2 jaar. Het is aan te bevelen over de garantie voor grote projecten met de leverancier te overleggen.

Economische factoren

Technische service bij elastische vloerbedekking

De meeste leveranciers beschikken over een eigen service-afdeling voor de verwerking en het onderhoud van de door hen geleverde vloerbedekkingen.

Milieu en gezondheid

Duurzaamheid van elastische vloerbedekking

De economische levensduur van een elastische vloerbedekking kan, indien de kwaliteit van deze vloerbedekking aan het toepassingsgebied is aangepast, op ca. 15 jaar worden gesteld.

Verenigbaarheid van elastische vloerbedekking

Zwart rubber kan bij langdurig contact met kunststof en linoleum vloerbedekkingen verkleuringen veroorzaken, die niet meer te verwijderen zijn. Dit contact kan ontstaan door autobanden, poten of wielen van apparaten of machines, kinderwagens, rollen e.d. De verkleuringen ontstaan niet direct maar door het binnendringen van stoffen en aansluitende belichting.

Om dergelijke verkleuringen te vermijden kunnen rollen, wielen of poten van polyurethaan worden toegepast of kan gebruik worden gemaakt van onderlegplaten.

Referenties

Ter zake doende normen

Europese normen

EN 423

Resilient floor coverings. Determination of resistance to staining

EN 425

Resilient and laminate floor coverings. Castor chair test

EN 651

Resilient floor coverings. Polyvinyl chloride floor coverings with foam layer. Specification

EN 669

Resilient floor coverings. Determination of dimensional stability of linoleum tiles caused by changes in atmospheric humidity

EN 686

Resilient floor coverings. Specification for plain and decorative linoleum on a foam backing

EN 687

Resilient floor coverings. Specification for plain and decorative linoleum on a corkment backing

EN 688

Resilient floor coverings. Specification for corklinoleum

EN ISO 10874

Resilient, textile and laminate floor coverings. Classification

EN ISO 23997

Resilient floor coverings. Determination of mass per unit area

EN ISO 24011

Resilient floor coverings. Specification for plain and decorative linoleum

EN ISO 24340

Resilient floor Coverings. Determination of thickness of layers

EN ISO 24341

Resilient and textile floor coverings. Determination of length, width and straightness of sheet

EN ISO 24342

Resilient and textile floor-coverings. Determination of side length, edge, straightness and squareness of tiles

EN ISO 24343-1

Resilient and laminate floor coverings. Determination of indentation and residual indentation. Residual indentation

EN ISO 24344

Resilient floor coverings. Determination of flexibility and deflection

EN ISO 24346

Resilient floor coverings. Determination of overall thickness

Normen van het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN)

NEN 1010

Elektrische installaties voor laagspanning - Nederlandse implementatie van de HD-IEC 60364-reeks

NEN 1775

Bepaling van de bijdrage tot brandvoortplanting van vloeren

NEN 6064

Bepaling van de onbrandbaarheid van bouwmaterialen

NEN-EN 13501-1

Brandclassificatie van bouwproducten en bouwdelen - Deel 1: Classificatie op grond van resultaten van beproeving van het brandgedrag

NEN-ISO 105

Textiel – beproeving van de kleurechtheid

Normen van het Deutsches Institut für Normung (DIN)

DIN 4102

Brandverhalten von Baustoffen und Bauteilen

DIN 18365

VOB Vergabe- und Vertragsordnung für Bauleistungen - Teil C: Allgemeine Technische Vertragsbedingungen für Bauleistungen (ATV) - Bodenbelagarbeiten

DIN 52210-6

Bauakustische Prüfungen - Luft- und Trittschalldämmung - Bestimmung der Schachtpegeldifferenz

DIN EN 985

Textile Bodenbeläge - Stuhlrollenprüfung

DIN EN 1081

Elastische Bodenbeläge - Bestimmung des elektrischen Widerstandes

DIN EN 62631-3-1; VDE 0307-3-1

Dielektrische und resistive Eigenschaften fester Isolierstoffe - Teil 3-1: Bestimmung resistiver Eigenschaften (Gleichspannungsverfahren) - Durchgangswiderstand und spezifischer Durchgangswiderstand - Basisverfahren

DIN EN ISO 4892-2

Kunststoffe - Künstliches Bestrahlen oder Bewittern in Geräten - Teil 2: Xenonbogenlampen

DIN EN ISO 10581

Elastische Bodenbeläge - Homogene Polyvinylchlorid-Bodenbeläge

DIN EN ISO 10595

Elastische Bodenbeläge - Halbflexible PVC-Bodenplatten - Spezifikation

DIN ISO 7619

Elastomere oder thermoplastische Elastomere - Bestimmung der Eindringhärte

DIN ISO 9352

Kunststoffe - Bestimmung des Abriebs nach dem Reibradverfahren

Foto

Marmoleum (Jon Goldberg op Flickr)