Meer weten over dit product?

Stel een vraag of vraag documentatie aan:
  • CAD-bestanden, BIM-objecten en bestekteksten
  • Brochures en uitvoeringsvoorschriften
  • Projectondersteuning waar nodig

Omschrijving

Slanghaspels met een toevoerafsluiter, een rubberslang en een afsluitbare straalpijp met een vaste aansluiting op de waterleiding voor bestrijding van branden van vaste stoffen (brandklasse A, NEN-EN 2) binnenshuis.

Meteen een product vinden? >> Brandslanghaspels op NBD-Online
Draagbare aanvulling nodig? >> Draagbare brandblussers                    


Brandslanghaspels met plat oprolbare slangen die gebruikt worden in de scheepvaart en in de industrie, industriehaspels voor lagedruk brandbestrijding met vormvaste slangen en droge blusleidingen worden buiten beschouwing gelaten.

Referentienummers

  • Brandbestrijding
  • (65) Beveiligingsinstallaties
  • 54.00 brandbestrijdingsinstallaties, 54.31 metalen buisleidingen (brandbestrijdingsinstallaties), 54.38 verbindingen (brandbestrijdingsinstallaties)
  • Brandhaspels

Samenstelling

Systeemopbouw van brandslangen, brandslanghaspels

Brandslanghaspels zijn vast aangesloten op een waterleiding, waardoor het blusmiddel in vrijwel onbeperkte hoeveelheid en meestal zonder storingen betrokken kan worden.

De bluswerking van water berust hoofdzakelijk op afkoeling van de brandbare stof tot een temperatuur, waarbij geen brand meer mogelijk is; als gunstige bijwerking ontstaat tijdens de blusactie stoom, waardoor de toevoer van de voor de brand noodzakelijke zuurstof wordt afgeremd.

Brandslanghaspels kunnen bevestigd worden tegen een muur, ingebouwd in een muursparing op vrijstaand geplaatst op een juk. In alle gevallen kan de haspel desgewenst in een haspelkast worden ingebouwd. Daarnaast zijn er haspeltypes, die voorzien zijn van een scharniermechanisme, waardoor de haspel in zijn geheel om een verticale of horizontale as gedraaid kan worden in de richting waarin met de slang uittrekt. Bij de constructie van de brandslanghaspels wordt rekening gehouden met het feit dat niet-geïnstrueerd of ongeoefend personeel de brandslang bediend. Dit stelt bijzondere eisen aan de vormgeving en aan de logische opbouw en plaatsing van de bedieningselementen.

Een brandslanghaspel bestaat uit de volgende onderdelen (in de richting van de waterstroom):

  1. Een toevoerafsluiter die uitgevoerd is als stopkraan of als met een nominale diameter die gelijk is aan of groter is dan die van de toegepaste slang;
  2. Een bevestigingsconstructie, al dan niet scharnierend, die tevens een axiale watertoevoer naar de haspeltrommel vormt;
  3. Een cilindrische haspeltrommel met slangbevestigingsnippel; aan de zijkanten voorzien van schijfvormige haspelbladen;
  4. Een rubberen persslang voorzien van een antislip geprofileerd buitenoppervlak, waardoor de slang ook in natte toestand goed hanteerbaar is;
  5. Een straalpijp met afsluiter. De afsluiter is uitgevoerd als plugkraan of kogelkraan met één bedieningsspaak. De straalpijp en afsluiter zijn zodanig gevormd, dat men met de afsluiter behalve de hoeveelheid bluswater ook de vorm van de straal kan regelen (gebonden straal of sproeistraal). De uitvoering van de afsluiter dient zodanig te zijn, dat hij onder alle omstandigheden gemakkelijk en snel met de hand kan worden geopend en gesloten.
    Verder is naast de haspel een ophangbeugel voor de straalpijp gemonteerd, die ervoor zorgt dat de straalpijp altijd grijpklaar hangt en tevens voorkomt dat deze beschadigd wordt bij het uitnemen en terugleggen. Bij een niet-scharnierende haspel is een slanggeleider in het verlengde van de haspel geplaatst, die voorkomt dat de slang bij het uitlopen zijdelings van de haspel glijdt.

De haspel is zodanig geconstrueerd dat het roterende deel eenvoudig kan worden gedemonteerd en weer gemonteerd zonder de toevoerafsluiter te demonteren.

Een brandslanghaspel vinden? >> Brandslanghaspels op NBD-Online

Materiaal van brandslangen, brandslanghaspels

Alle watervoerende delen dienen van een corrosievast of tegen corrosie beschermd materiaal vervaardigd te zijn, geen invloed hebben op de kwaliteit van het leidingwater hebben en in contact met aangrenzende materialen geen corrosie veroorzaken of ondergaan.

De slang is vervaardigd uit een met synthetisch of natuurlijk weefsel gewapende rubbersoort. De haspeltrommel en haspelbladen zijn van staalplaat, kunststof, messing of roestvast staal.

Oppervlaktebehandeling van brandslangen, brandslanghaspels

De stalen delen zijn gelakt of verzinkt en gelakt; de straalpijp, de toevoerafsluiter en de voedingspijp zijn veelal verchroomd en de overige delen zijn doorgaans onbehandeld.

Hulpstukken voor brandslangen, brandslanghaspels

Montagesets voor muurmontage, mogelijk in vaste of zwenkbare uitvoering.

De ophangrichting voor de straalpijp kan gekoppeld worden aan de toevoerafsluiter, zodanig dat de straalpijp pas kan worden uitgenomen nadat de toevoerafsluiter is geopend. Ook de plaatsing van een verklikker is mogelijk, die brandalarm veroorzaakt als de straalpijp uit de ophangbeugel wordt genomen.

Accessoires voor brandslangen, brandslanghaspels

Haspelwagen

Haspelkasten voor opbouw, inbouw of losstaande plaatsing. Combinatiekasten voor slanghaspel en draagbare brandblusser.

Voor het vrijstaand monteren van brandslanghaspels zijn haspelstatieven en haspelzuilen op de markt verkrijgbaar.

Als brandslanghaspels niet vast gemonteerd worden aan de wand, een zuil of een statief dan kan een haspelwagen worden gebruikt.

Vorm en afmeting

Vorm van brandslangen, brandslanghaspels

De trommel is cilindrisch met een zodanige bevestiging van de slang op de trommel, dat een vloeiende overgang tussen het watervoerende binnenwerk en de slang bewerkstelligd wordt.

Afmetingen van brandslangen, brandslanghaspels

  • Slanglengten: 15 meter (=mini brandslanghaspel), 20 meter, 25 meter of maximaal 30 meter;
  • Diameter slang: ½”, ¾” (=19 mm, straalpijp Ø6 mm), 1” (= 25 mm, straalpijp Ø8 mm).

De haspeldiameter en de trommelbreedte zijn afhankelijk van de slanglengte en de slangdiameter en van de gewenste plaatsing van de haspel. Voor plaatsing in nauwe gangen zijn typen verkrijgbaar met een relatief geringe trommeldiepte en grote bladdiameter  en voor plaatsen waar men slechts de beschikking heeft over geringe bouwhoogte of bouwdiepte zijn typen verkrijgbaar met een kleine trommeldiepte of kleine bladdiameter. De trommeldiepte varieert van 70-250 mm en de bladdiameter van 450-700 mm.

Gewicht van brandslangen, brandslanghaspels

Het gewicht is uiteraard afhankelijk van de dimensionering van de haspel en het fabricaat. Ter indicatie: het leeggewicht van haspel + slang varieert tussen 200-400 N, het watergewicht in de slang tussen 600-150 N.

Kleur van brandslangen, brandslanghaspels

Bij het toepassen van haspelkasten dienen de deuren voorzien te zijn van een duidelijk opschrift of pictogram (NEN 3011) dat de kastinhoud aanduidt. De deuren kunnen verder in vrijwel alle kleuren en materiaalsoorten worden uitgevoerd, zodat ook de haspelkasten in de architectuur van het gebouw kunnen worden geïntegreerd.

Prestaties

Productsterkte van brandslangen, brandslanghaspels

De slang moet geschikt zijn voor een maximale werkdruk van 10-12 bar. Bij deze waterdruk moet de haspel gemakkelijk draaibaar zijn, maar toch voldoende geremd om de voorkomen dat de slang zichzelf afrolt.

Bestandheid van brandslangen, brandslanghaspels

Alle haspeldelen moeten bestand zijn tegen corrosie. De slang moet bestand zijn tegen veroudering in hierop beproefd zijn volgens NEN-ISO 188.

Waterverbruik van brandslangen, brandslanghaspels

Het waterverbruik is afhankelijk van de straalpijpdiameter, de slangdiameter, de slanglengte, aanwezige waterdruk en de stand van de straalpijpafsluiter. Ter indicatie: het waterverbruik varieert van 0,4-0,5 l/s.

Dynamische eigenschappen van brandslangen, brandslanghaspels

De worplengte van de waterstraal dient bij volledige opening van de straalpijp (gebonden straal) mag volgens Bouwbesluit art. 6.28 op 5 meter worden.

Toepassing

Functionele bruikbaarheid van brandslangen, brandslanghaspels

Brandslanghaspels worden toegepast in gebouwen waar enerzijds de aanschaf van een vaste brandblusinstallatie (sprinklerinstallatie of gasblusinstallatie) door de verhouding tussen risico en investering niet verantwoord is en anderzijds draagbare brandblusapparaten geen voldoende waarborg bieden voor een effectieve brandbestrijding.

Brandslanghaspels worden gevoed met water en zijn hierdoor slecht geschikt voor het bestrijden van branden van vaste stoffen van hoofdzakelijk organische oorsprong (brandklasse A, NEN-EN 2).

Indien er een reëel risico bestaat voor het ontstaan van branden in de overige brandklassen (NEN-EN 2) dienen behalve brandslanghaspels ook draagbare brandblusapparaten geïnstalleerd te worden, met een voor de bestrijding van de mogelijke branden geschikte vulling.

Bij het bepalen van de keuze van de installeren brandblusinstallaties moet men bedenken dat blussen met water in sommige gevallen ontoelaatbaar grote waterschade kan opleveren. In die gevallen worden veelal naast brandslanghaspels draagbare brandblusapparaten geïnstalleerd met een minder schadelijk blusmiddel, die bij kleine branden gebruikt kunnen worden.

Brandhaspels dienen zoveel mogelijk geplaatst te worden in gangen, nabij de deuren die toegang geven tot de als vluchtweg aangeduide trappenhuizen. Op elke verdieping moet een aantal haspels zo groot zijn dat met de beschikbare slanglengtes elke ruimte waarin brand kan ontstaan, met een slang kan worden bereikt met voldoen reserve aan slanglengte om brand in de ruimte doelmatig te kunnen bestrijden.

Om industriële risico’s af te dekken is het verkrijgen van een korting op de premie van een brandverzekering afhankelijk van het al dan niet voldoen aan de door de verzekeringsmaatschappij gestelde eisen ten aanzien van aantal, afmetingen en plaatsing van de brandslanghaspels.

Een brandslanghaspel vinden? >> Brandslanghaspels op NBD-Online

Voorschriften voor brandslangen, brandslanghaspels

Voor toepassing van brandslanghaspels in gebouwen worden richtlijnen gegeven in NEN 1006 en in het Bouwbesluit art. 6.28. Deze richtlijnen bevatten gegevens over afmetingen van de brandslang en de straalpijp, het aantal en de plaats van de brandhaspels en aan het waterleidingnet te stellen eisen.

Voor elk te bouwen gebruiksfunctie wordt tenminste één brandslanghaspel geëist per onderstaande grenswaarden.

Gebruiksfunctie

Grenswaarden brandslanghaspels, m2

Bijeenkomstfunctie, anders dan kinderopvang

500

Gezondheidszorg, anders dan met bedgebied

500

Industriefunctie, anders dan lichte industrie

1.000

Kantoorfunctie

500

Logiesfunctie, anders dan in logiesgebouw

500

Sportfunctie

500

Winkelfunctie

500

 

Elk punt op de vloer moet vallen binnen de lengte van een brandslang van maximaal 30 meter + 5 meter (= de worplengte, Bouwbesluit art. 6.28).

Haspelkasten mogen niet met een sleutelslot worden afgesloten.

Voor functies zoals kinderdagverblijven, cafés of hotels moet een Omgevingsvergunning voor Brandveilig Gebruik aangevraagd worden. Uw gemeente stelt daarin extra eisen aan de brandveiligheid van een gebouw als dat nodig is. Deze eisen voorkomen brand, brandgevaar en ongevallen bij brand.

Ontwerpdetails van brandslangen, brandslanghaspels

Bij het ontwerp van het gebouw moet rekening gehouden worden met eventueel benodigde sparingen voor de plaatsing van de brandhaspels of haspelkasten. De onderconstructie dient voldoende stevig te zijn om een solide bevestiging van de haspels te verzekeren. De plaats van de haspels dient ten allen tijde vorstvrij te zijn. Om die reden worden haspels bij voorkeur niet direct tegen buitenmuren gemonteerd.

De situering dient zodanig te worden opgelost, dat de slang in elke voorkomende richting ongehinderd uitgerold kan worden.

Alternatieve toepassingen van brandslangen, brandslanghaspels

In industriële processen kan op de werkvloer dagelijks behoefte zijn aan (warm) water toevoer, zonder dat er sprake is van brand. Hiervoor zijn ook waterhaspels op de markt.

Verwerking en montage

Keuring van brandslangen, brandslanghaspels

Brandslanghaspels moeten voldoen aan Kiwa BRL-K643, gekeurd zijn volgens NEN-EN 671-1 en moeten voor verhandeling op de Europese markt aanvullend voorzien zijn van een CE markering.

Voorbereiding van brandslangen, brandslanghaspels

De dimensionering van het waterleidingnet moet zodanig zijn dat dit bij gebruik van twee  brandslanghaspels tegelijkertijd, een capaciteit heeft van 1,3 m3/h en bij het mondstuk een statische druk heeft groter dan 100 kPa. Indien deze druk niet beschikbaar is, moet een drukverhogingsinstallatie worden aangebracht.

Omdat het water in de brandslangen zelden in beweging komt, is de kans op legionella besmetting aanwezig. Om ervoor te zorgen dat eventueel besmet water niet terugloopt in het drinkwaternetwerk van het gebouw, kan als terugstroombeveiliging een keerklep worden geplaatst.

Montage van brandslangen, brandslanghaspels

Ten behoeve van de bevestiging aan de wand is een brandslanghaspel voorzien van een achterflens met een aantal gaten, waardoor de bevestiging geschiedt met behulp van bouten, keilbouten, ankerbouten of houtdraadbouten, afhankelijk van de onderconstructie.

Onderhoud

Bediening van brandslangen, brandslanghaspels

Eén persoon kan de brandslang bedienen. De toevoerafsluiter moet altijd permanent geopend zijn, zodat na het uitrollen van de slang bij het openen van de straalpijp altijd water ter plekke is. Bovendien wordt uitdroging van de slang voorkomen. Nadeel van het onder druk staan van de slang is dat bij het bezwijken van de slang, bijvoorbeeld als gevold van verkeerd oprollen, grote waterschade kan ontstaan. Om dit nadeel te voorkomen zijn brandslanghaspels leverbaar met een straalpijpvergrendeling waarbij de slang pas uitgerold kan worden ná opening van de hoofdafsluiter.

Onderhoud van brandslangen, brandslanghaspels

NEN-EN 671-3 moet worden aangehouden voor het onderhoud van brandslangen en brandslanghaspels.

  • Regelmatig moet de gebruiker controleren of de brandslanghaspel en de brandslang nog in goede staat verkeren. Als de slang een craquelé oppervlak vertoont, moet deze vervangen worden;
  • Jaarlijks moet een standaard onderhoud worden gepleegd aan de brandslanghaspel;
  • Iedere 5 jaar moeten de brandslangen worden getest op de maximale werkdruk (10-12 bar).

Verder moet het professionele onderhoud door REOB erkende onderhoudsbedrijven worden uitgevoerd. Tijdens de jaarlijkse controle wordt ook de keerklep van de hoofdkranen van de brandslanghaspels geïnspecteerd.

Referenties

Geraadpleegde bronnen

Bouwbesluit

CIBV REOB

Euronorm.net

Kiwa NCP

Productinformatie van fabrikanten en leveranciers

Bent u deskundige en op de hoogte van meer ontwikkelingen op het gebied van brandslangen of brandslanghaspels?

Schroom dan niet om ons te informeren met een e-mail naar redactienbd@vakmedianet.nl.

 

Normen

NEN 1006

Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties

NEN 3011

Veiligheidskleuren en -tekens in de werkomgeving en in de openbare ruimte

NEN 3826

Membraanafsluiters voor water

NEN-EN 2

Brandklassen

NEN-EN 671-1

Vaste brandblusinstallaties - Brandslangsystemen - Deel 1: Brandslanghaspels met vormvaste slang

NEN-EN 671-2

Vaste brandblusinstallaties - Brandslangsystemen - Deel 2: Brandslangsystemen met plat-oprolbare slang

NEN-EN 671-3

Vaste brandblusinstallaties - Brandslangsystemen - Deel 3: Onderhoud van brandslanghaspels met vormvaste slang en brandslangsystemen met plat-oprolbare slang

NEN-ISO 188

Rubber, gevulcaniseerd of thermoplastisch - Versnelde verouderings- en warmteweerstandsproeven