Meer weten over dit product?

Stel een vraag of vraag documentatie aan:
  • CAD-bestanden, BIM-objecten en bestekteksten
  • Brochures en uitvoeringsvoorschriften
  • Projectondersteuning waar nodig

Omschrijving

Bitumen dakbedekkingen voor de afdichting van platte en hellende daken bestaan uit bitumen of een combinatie van bitumen en kunststoffen (gemodificeerd bitumen) dat is aangebracht op een drager (inlage, cachering). Het (gemodificeerde) bitumen zorgt voor de waterdichtheid van de baan, terwijl de drager dienstdoet als mechanische versterking.

Dakbanen worden geleverd op rollen (dakrollen) en zijn voorzien van een afwerklaag van minerale korrels (zand, talk, leislag) of folie.

Meteen een product vinden? >> Bitumineuze baanvormige dakbedekking op NBD-Online

Kenmerken

  • APP, SBS, geoxideerd bitumen;
  • BRL 1511 coderingssysteem;
  • Met relevante links naar normen, Vakrichtlijn en BRL 1511;
  • Vebidak, BDA Dakadvies, Dakmerk.

Referentienummers

Samenstelling

Systeemopbouw

Bitumineuze dakbanen kunnen op basis van hun verwerkingsmogelijkheden worden ingedeeld in:

  • Plakrollen: dit zijn rollen die met warme bitumen (gietmethode) of koude bitumineuze kleefstof op de ondergrond worden gekleefd;
  • Brandrollen (MEC-rollen): dit zijn rollen die zijn voorzien van een extra laag bitumen (MEC = met extra coating), deze laag hecht door verwarming aan de ondergrond (brandmethode);
  • Rollen voor mechanische bevestiging.

Dakbanen zijn naar de toegepaste soort bitumen te onderscheiden in banen op basis van:

  • geblazen bitumen (gewonnen uit aardolie);
  • met SBS gemodificeerde bitumen;
  • met APP gemodificeerde bitumen;
  • ECB (ethyleen copolymeer bitumen).

Omdat banen op basis van teer (mastiek), vanwege de temperatuurgevoeligheid en milieubezwaren, niet meer worden toegepast blijven die in deze tekst verder buiten beschouwing.

Dakbanen kunnen met of zonder drager(s) zijn uitgevoerd. Met drager zijn deze te onderscheiden in banen op basis van:

  • glasweefsel;
  • glasvlies (niet geweven mat);
  • geperforeerd glasvlies;
  • polyestermat (niet geweven mat);
  • polyesterglascombinatie (van geweven en/of niet geweven materialen);
  • andere materialen.

Vilt en jute zijn rottingsgevoelig en worden als drager voor dakbanen in de professionele bouw als kwalitatief onvoldoende beschouwd en worden daarom niet meer toegepast.

Banen zonder drager worden ongewapende homogene SBS gemodificeerde bitumendakbanen genoemd en blijven in deze tekst verder buiten beschouwing.

De verschillende typen dakbanen kunnen met één- of tweezijdige afwerking of zonder afwerking zijn uitgevoerd. Deze afwerking heeft een beschermende, constructieve en/of decoratieve functie. Bij APP gemodificeerde dakbanen is deze bescherming niet nodig aangezien deze bestand zijn tegen uv-straling.

In BRL 1511 deel 2 wordt een coderingssysteem gehanteerd dat het mogelijk maakt elk type dakbaan op basis van zijn samenstelling en kwaliteit te coderen, zie Bruikbaarheid, voorschriften.

Bitumineuze dakbanen kunnen worden toegepast in een één- of tweelaags dakbedekkingssysteem op de ondergrond kan worden aangebracht. De 'Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen' van VEBIDAK hanteert de volgende codering voor de bevestigingswijzen:

  • Losliggend en geballast (L);
  • Partieel gekleefd (P);
  • Volledig gekleefd (V);
  • Mechanisch bevestigd, geschroefd of genageld (N).

Bij hellende daken dient in het algemeen een (aanvullende) sterke mechanische bevestiging te worden toegepast.

Een product vinden? >> Bitumineuze baanvormige dakbedekking op NBD-Online

Elementopbouw

Dakbanen

De dragers zijn poreuze materialen, die al dan niet via een aparte productiestap zijn geïmpregneerd met bitumen. De dragers zijn meestal aan beide zijden voorzien van een deklaag. Het type bitumen in de deklaag is niet noodzakelijkerwijs hetzelfde type als voor impregnatie is gebruikt. In enkele gevallen is alleen de bovenzijde van de drager voorzien van bitumen. In dergelijke gevallen is de drager niet geheel geïmpregneerd.

De toplagen worden veelal fabrieksmatig voorzien van een laag leislag die tegen uv-straling beschermen en het oppervlak verfraaien.

Om in het dakbedekkingssysteem de dampdruk te verdelen (en blazen te voorkomen) kunnen aan de onderzijde grove minerale korrels worden toegepast. Meestal wordt echter gebruik gemaakt van geperforeerde onderlagen zodat er op beheerste wijze een partiële hechting aan de ondergrond tot stand wordt gebracht, waardoor de dampdruk zich kan verdelen. Zie ook Diffusie onder Prestaties.

Indien de banen met warm bitumen worden aangebracht (gietsysteem) is de diameter van de perforaties meestal circa 20 mm en de h.o.h.-afstand 75 tot 110 mm. Indien de banen worden aangebracht met behulp van een dakbrander (brandsysteem) kunnen de perforaties allerlei vormen hebben en bevindt de oppervlakte zich tussen 1.250 en 6.000 mm2 en de perforatiegraad tussen 10% en 20%. Indien de dakbanen bestemd zijn om aangebracht te worden door middel van het brandsysteem is er aan de onderzijde een extra coatinglaag aangebracht, aangeduid met MEC (met extra coating).
Deze MEC-laag is meestal voorzien van een kunststof wegbrandfolie. Metaalfolie wordt soms toegepast aan de onderzijde van geperforeerde dakbanen ten behoeve van het brandsysteem. Zelfklevende materialen zijn aan de onderzijde en soms ook aan de bovenzijde voorzien van een vóór de applicatie te verwijderen folie of papier.

Gemineraliseerde materialen zijn aan een van de randen aan de bovenzijde niet afgewerkt met grove minerale korrels teneinde het maken van de overlap te vergemakkelijken. De breedte van deze zelfkant varieert van 70 tot 150 mm; de zelfkant is voorzien van fijn mineraal of van een kunststoffolie.

Indien een onderscheid is gemaakt in twee kwaliteitsniveaus (aangeduid met klasse A, de hoogste klasse en klasse B) zijn er meestal verschillen in de vereiste bitumenhoeveelheden en kwaliteiten alsmede in de vereiste sterkte van de dragers.

Materiaal

Algemeen

Om de waterdichtheid van bitumendakbanen te garanderen wordt gebruik gemaakt van geblazen bitumen (voornamelijk onderlagen) en SBS-, respectievelijk APP-gemodificeerd bitumen. Soms wordt gebruik gemaakt van speciale bitumencombinaties (bijvoorbeeld een combinatie van SBS en APP). Bitumen wordt verkregen als residu bij de distillatie van aardolie en bestaat uit een mengsel van een groot aantal koolwaterstoffen (C30 - C300).

In verband met de temperatuurgevoeligheid en milieubezwaren wordt teer niet meer toegepast (teer bevat in verband met de plantaardige oorsprong polycyclische aromaten). Teer is dus niet hetzelfde als bitumen.

Geblazen bitumen

Het rechtstreeks door distillatie bij normale druk verkregen bitumen (straight run bitumen) is zacht en kan desgewenst harder gemaakt worden door verder te distilleren onder hoog vacuüm. Het aldus verkregen bitumen is echter niet geschikt als deklaag voor bitumen dakbanen, aangezien dit bij lage temperaturen te bros is. Een minder temperatuurgevoelig bitumen kan verkregen worden door oxidatie (door middel van inblazen van hete lucht) van zacht bitumen. Dit bitumen is minder temperatuurgevoelig en wordt aangeduid als geblazen bitumen. Geblazen bitumina worden met twee getallen aangeduid, bijvoorbeeld 85/40 of 110/30. Het eerste getal betreft het gemiddelde verwekingspunt in °C bepaald met behulp van de ring- en kogelproef; het tweede getal geeft de gemiddelde indringdiepte bij een bepaalde penetratiebeproeving weer.

Gemodificeerd bitumen

Een nog geringere temperatuurgevoeligheid dan bij geblazen bitumen kan worden verkregen indien bepaalde, geschikte kunststoffen worden toegevoegd aan zacht bitumen. Er worden twee typen kunststoffen onderscheiden, te weten SBS (Styreen Butadieen Styreen) en APP (Atactisch Polypropyleen). Modificatie met SBS geeft vooral een verbeterde lage temperatuurflexibiliteit, terwijl bij modificatie met APP de verbetering met name plaatsvindt in het hoge temperatuurtraject. Overigens kan in het laatste geval door toevoeging van bepaalde copolymeren tevens een verbetering in het lage temperatuurtraject worden bereikt. Met APP-gemodificeerde bitumina zijn bestand tegen uv-stralen, zodat deze dakbanen niet voorzien hoeven te worden van een beschermlaag.

Behalve de hiervoor reeds genoemde temperatuurafhankelijkheid hebben alle bitumina een zeer geringe water- en waterdampdoorlatendheid en zeer goede cohesie- en adhesie-eigenschappen. Bitumina zijn bestand tegen een groot aantal chemicaliën. De bitumina hebben de neiging om op den duur te verharden; een proces dat versneld wordt door hogere temperaturen. Met uitzondering van APP-gemodificeerd bitumen moeten alle bitumina afgeschermd worden tegen UV-stralen om een langere levensduur te garanderen.

In ECB liggen verschillende soorten bitumen homogeen in de polymeermatrix. Het aandeel polymeren in ECB kan hoger zijn dan het aandeel bitumen, daarmee zou het eerder onder kunststoffen dakbedekking vallen. Echter, er zijn ook merken waarbij het aandeel bitumen gelijk is aan het aandeel polymeren. Hoe dan ook wordt ECB als een kunststof dakbedekking beschouwd, het wordt ook niet gecodeerd volgens de voorschriften van Vebidak (zie Bruikbaarheid, voorschriften).

Vulstoffen

Om de dakbanen bij gelijkblijvende dikte iets goedkoper te produceren worden aan het (gemodificeerd) bitumen vaak vulstoffen toegevoegd. Deze vulstoffen bestaan uit zeer fijn mineraal materiaal met een korrelgrootte van ≤ 90 µ. Vulstoffen kunnen zijn: leisteenmeel, vliegas, kalksteenmeel en microtalk. Mits het gehalte lager is dan 35% (bij APP-gemodificeerd bitumen 20%) hebben vulstoffen slechts geringe invloed op de eigenschappen. Met name bij SBS-gemodificeerd bitumen vermindert de kleverigheid waardoor hogere productiesnelheden mogelijk zijn.

Dragers

De dragers in bitumineuze dakbanen zijn de laatste decennia ingrijpend gewijzigd. Het aanvankelijk toegepaste rottingsgevoelige ruw- of wolvilt werd opgevolgd door het veel stabielere glasvlies. Glasvlies is echter niet goed bestand tegen herhaalde bewegingen (vermoeiïng), hetgeen nadelig is bij moderne, lichte geïsoleerde dakconstructies. Aangezien het prestatieniveau van glasvlies zeker ontoereikend is voor gemodificeerde bitumina, zijn hierin vanaf het begin de veel hoogwaardigere polyestermatten als drager toegepast. Met name de vermoeiïngsweerstand en de ponsweerstand zijn van polyestermat veel groter dan van glasvlies. Het enige nadeel van polyestermatten is de dimensionele instabiliteit (krimpneiging), alhoewel de fabrikanten dit in de loop van de jaren door technische aanpassingen (baanspanningsregeling) goed hebben leren beheersen. Enkele fabrikanten van dakbanen op basis van gemodificeerd bitumen hebben de dimensionele stabiliteit direct al weten te verkrijgen door een glasvlies als drager aan het product toe te voegen. Dit glasvlies bevindt zich meestal boven de polyestermat. Deze banen zijn echter wel stug en vertonen soms ten gevolge van het oprollen stuikplooitjes in de breedterichting daar waar de roldiameter het kleinst is. Een voordeel van deze constructie is wel, met name wanneer het glasvlies aan de top ligt, dat het onderliggende materiaal wordt afgeschermd tegen weersinvloeden. De meest recente ontwikkeling betreft een combinatievlies van glas en polyester. Er zijn daarvan enkele varianten op de markt. Deze dragers combineren de hoge mechanische sterkte met dimensionele stabiliteit en soepelheid. Aanvankelijk werden als drager voor soepele materialen ten behoeve van afwerking van dakdetails jute weefsels gebruikt, die echter net als vilt het nadeel van de rotgevoeligheid hadden. Deze zijn later vervangen door glasweefsels, maar tegenwoordig wordt in Nederland vrijwel uitsluitend gebruik gemaakt van polyestermatten of polyester-glas combinaties. Glasvliezen worden, al dan niet geperforeerd, nog wel op ruime schaal toegepast als onderlagen in meerlaagse systemen.

De massa van de diverse type dragers is als volgt:

  • Glasvlies: 50 à 60 g/m2;
  • Polyestermat: 150 à 250 g/m2;
  • Polyester-glas combinatie: 150 à 250 g/m2.
Fabricagemethode

Bitumen dakbanen worden in een continuproces machinaal vervaardigd. Zo nodig wordt eerst vocht aan de drager onttrokken door deze over één of meerdere verwarmde walsen te voeren. Bepaalde dragers (polyestermatten) worden vervolgens geïmpregneerd met geblazen of gemodificeerd bitumen. De al dan niet voorgeïmpregneerde drager wordt vervolgens aan beide zijden voorzien van een deklaag van het betreffende bitumentype. Enkele fabrikanten zijn in staat om aan beide zijden verschillende bitumentypen toe te passen (bijvoorbeeld aan de bovenzijde APP en aan de onderzijde SBS-gemodificeerd bitumen). Indien het materiaal voorzien is van twee dragers (polyestermat en glasvlies) worden deze juist voor het aanbrengen van de deklagen samengevoegd. Het proces kan op twee wijzen worden vervolgd:

  • De banen worden over een waterbad gevoerd en daarbij gekoeld en vervolgens voorzien van een antikleeflaag, bestaande uit mineraal materiaal of folie;
  • De hete banen worden direct voorzien van een antikleeflaag, bestaande uit mineraal materiaal of folie en vervolgens langs gekoelde walsen geleid.

Soms worden de materialen aan de onderzijde met behulp van een speciale wals van een profiel voorzien. Aan het eind van de machine worden de banen op lengte gesneden, opgerold en voorzien van een wikkel of bandages, waarop ondermeer de soort en merknaam en eventuele certificatiekenmerken zijn aangegeven.

Oppervlaktebehandeling

Dakbanen op basis van APP-gemodificeerd bitumen worden veelal zonder afwerklaag (zwart) toegepast, vooral op die daken waarvoor minder stringente esthetische eisen gelden. In andere gevallen wordt de dakbanen meestal reeds in de fabriek voorzien van een afwerklaag van leislag, met een gemiddelde korrelgrootte van 1,5 mm, dan wel keramische korrels, die in diverse kleuren verkrijgbaar zijn. Ook kunnen de minerale korrels op het werk worden aangebracht, door deze in een met een bitumenoplossing voorbehandeld dakvlak te strooien. Met name voor onderhoud is deze werkwijze van belang. Door deze methode vervaagt wel de vakindeling op het dak, waardoor het resultaat minder fraai is. Er bestaan ook dakbanen, die aan de bovenzijde zijn voorzien van een laagje rood koper (op den duur naar groen verkleurend) of zonreflecterend aluminiumfolie.

Toebehoren

Geblazen bitumen

Behalve in dakbanen wordt geblazen bitumen ook toegepast als kleefmiddel voor volgens de gietmethode aan te brengen dakbanen (niet mogelijk bij APP-gemodificeerde dakbanen i.v.m. het hoge verwekingspunt). Meestal wordt het type 110/30 volgens NEN 3903 toegepast, dat voor verwerking verwarmd moet worden tot 200°C à 300°C. Andere typen vertonen al gauw de neiging tot vloeien bij grotere dakhellingen.

Bitumenpasta

Oplossing van hard of geblazen bitumen in een matig vluchtig oplosmiddel met toevoeging van vulstof en/of anorganisch vezelig materiaal. In tegenstelling tot geblazen bitumen wordt bitumenpasta koud verwerkt. Toegepast als hechtlaag voor leislag of andere minerale korrels op platte of schuine daken tot 45° dakhelling.

Bitumen daklak

Oplossing van hard of geblazen bitumen in een matig vluchtig oplosmiddel zonder verdere toevoegingen. Dit wordt toegepast als koud verwerkbare hechtlaag voor leislag of andere minerale korrels op platte en schuine daken tot 9 graden dakhelling.

Voorsmeermiddel

Oplossing van hard of geblazen bitumen in een vluchtig oplosmiddel. Dit dun vloeibare materiaal wordt toegepast als hechtlaag voor bepaalde ondergronden, zoals beton en oude dakbedekkingslagen, voordat een bitumineuze afwerklaag wordt aangebracht.

Bitumineuze koude kleefstof

Oplossing van bitumen en vulstoffen in een matige hoeveelheid oplosmiddel. Deze pasteuze massa wordt toegepast als lijmlaag voor bitumen dakbanen (en overigens ook wel voor dak-isolatiematerialen). De toepassing is partieel (meestal streepsgewijs) dan wel volledig vol en zat.

Onderlaagpapier

Waterafstotend papier met een massa van tenminste 90 g/m2, toegepast in losliggende constructies teneinde te voorkomen dat de dakbedekking in de zomer en bij het kleven van de tweede laag aan het dakbeschot of het dakelement hecht, dit omdat anders de werking van de ondergrond zich doorzet in de dakbedekking. Overigens worden voor dit doel ook wel dakbanen toegepast die aan de onderzijde zijn voorzien van een laag grove minerale korrels.

Vorm en afmeting

Vorm

Bitumen dakbanen worden in rolvorm geleverd.

Afmetingen

De baanbreedte bedraagt meestal 1 m, soms 1,1 m. De lengte varieert van 5 tot 20 m, afhankelijk van de volumieke massa. De dikte varieert van 1,5 mm voor onderlagen ten behoeve van het gietsysteem tot circa 5 mm voor gemineraliseerde brandrollen.

Gewicht

De massa van bitumineuze dakbanen varieert per soort van 1,5 tot 6,0 kg/m2. Het rolgewicht varieert van circa 200 tot circa 450 N.

Kleur

De kleur van de bovenzijde van de dakbedekking wordt bepaald door de fabrieksmatig of in het werk aangebrachte minerale laag. Indien dit leislag is, zijn de gangbare kleuren blauw en blauwgrijs. Indien het materiaal is voorzien van keramische korrels zijn diverse kleuren mogelijk, zoals rood of groen.

Een dak van APP-gemodificeerde bitumen dakbanen, die betalkt zijn, is licht van kleur met donkere verkleuringen ter plaatse van de overlappen waar de banen met de brander zijn beroerd.

Bezande APP-gemodificeerde dakbanen zijn donkerder van kleur. Indien niet gemineraliseerde APP-gemodificeerde dakbanen worden toegepast prevaleert in het algemeen de functionaliteit boven het uiterlijk.

Prestaties

Mechanische eigenschappen

Productsterkte

  • Weerstand tegen windbelasting:
    Deze wordt in belangrijke mate bepaald door de opbouw van het dakbedekkingssysteem. Bij losliggende geballaste bedekkingen wordt deze bepaald volgens NEN-EN 1990, NEN 6707 en NPR 6708 door de dikte en de massa van de ballastlaag. Bij volledig gekleefde bedekkingen is in het algemeen de samenhang van de ondergrond bepalend voor de weerstand tegen windbelasting. Bij mechanisch bevestigde dakbedekkingen is of de weerstand tegen windbelasting van het bevestigingssysteem bepalend of, bijvoorbeeld in het geval van eenlaagse bedekkingen, de weerstand tegen windbelasting van de overlap (pelsterkte). Bij partieel gekleefde bedekkingen is het hechtingsoppervlak en de kleefkracht van het kleefmiddel vaak bepalend voor de weerstand tegen windbelasting. Beproeving vindt plaats door een kap (windkist) op het te beproeven dakbedekkingssysteem te plaatsen en hier herhaald een onderdruk in aan te brengen. Het totale eisenpakket is na te lezen in Vakrichtlijn deel A.
  • Weerstand tegen gebruiksbelasting:
    Bij dakterrassen, parkeerdaken, daktuinen e.d. is er sprake van een hogere gebruiksbelasting en is het in de regel noodzakelijk om aanvullende voorzieningen in de  dakbedekkingsconstructie op te nemen (bijvoorbeeld aanbrengen van drukverdelende laag in de vorm van een omgekeerddakconstructie of vormvaste afwerklaag).

Materiaalsterkte

  • Maximale treksterkte bij breuk (NEN-EN 12311-1):

    • Dakbanen met polyester(-glas)wapening: geen eis;
    • Dakbanen met glasvlieswapening: ≥ 170 N/50 mm (tolerantie ± 20%).
  • Maximale treksterkte bij breuk inlage (NEN-ISO 9073-3):
    • Non-woven polyesters: ± 20%;
    • Woven polyesters: ± 15%;
    • Woven/non-woven glasvlies: ± 20%.
  • Nageldoorscheursterkte (NEN-EN 12310-1):
    • Dakbanen voor mechanische bevestiging, onderlaag: ≥ 100 N;
    • Dakbanen voor mechanisch bevestigd, eenlaags systeem, toplaag: ≥ 150 N;
    • Overige toplagen: ≥ 100 N.


Dynamische eigenschappen

De weerstand tegen vermoeiing moet voldoen volgens de EOTA TR008.

Vuur, explosie

Brandbaarheid

Bitumineuze dakbedekking is in meerdere of mindere mate brandbaar. De consequenties hiervan zijn afhankelijk van de wijze van toepassing. De brandveiligheid wordt dan ook beschouwd in relatie tot het dak waarvan het materiaal onderdeel vormt. Het brandveiligheidsaspect dat het meest van toepassing is op bitumineuze dakbedekkingen betreft de beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie. Bij andere aspecten, zoals de beperking van uitbreiding van brand zijn andere onderdelen van het dak meer bepalend. Beproeving op het brandgevaarlijk zijn van het dak vindt plaats volgens NEN 6063 (vliegvuurproef). De eisen, die in het Bouwbesluit worden gesteld, zijn niet van toepassing indien het brandgevaar in verband met de ligging en de afmetingen van het gebouw niet in belangrijke mate wordt verhoogd.

Gassen, vloeistoffen, vaste stoffen

Waterdichtheid

Door de aanwezigheid van één of meerdere ononderbroken deklagen, zijn bitumen dakbanen waterdicht. Lekkage ter plaatse van naden en details kan optreden bij onzorgvuldige uitvoering, zie ook Ontwerpdetails.

Diffusie

Het diffusieweerstandsgetal van bitumineuze dakbedekking is afhankelijk van het materiaaltype en bedraagt 20.000 tot 50.000.
Als rekenwaarde wordt in het algemeen standaard 20.000 aangehouden. De dakbedekking kan derhalve vrijwel als dampdicht worden beschouwd.

Teneinde bij gesloten ondergronden de dampdruk te verdelen (en blazen te voorkomen) wordt o.a. gebruikt gemaakt van geperforeerde onderlagen of grove minerale korrels.

Zeker omdat de dakbedekking veelal boven de isolatielaag wordt toegepast is het zeer belangrijk dat een dak bouwfysisch juist is ontworpen, teneinde te vermijden dat er ontoelaatbare inwendige condensatie optreedt. Boven vochtige ruimten en bij bepaalde constructies zal er onder de isolatie een dampremmende laag moeten worden toegepast (zie Ontwerpdetails).

Veranderingen

Bitumen deklagen met een glasvlieswapening, die langdurig in contact komen met vocht (bijvoorbeeld ter plaatse van plassen op het dak) vertonen een aanzienlijke achteruitgang in sterkte.

Bestandheid

  • Bitumina en daken met bitumineuze dakbedekkingsmaterialen zijn niet bestand tegen uit aardolie afkomstige oliën en oplosmiddelen. Voor het overige is bitumen echter bestand tegen een groot aantal chemicaliën;
  • Door krimpend en uitzettend vuil dat zich op de dakbedekking bevindt kan, gezien het visco-elastische karakter van bitumen, de bovendeklaag beschadigen en in extreme gevallen van de drager "afkrullen" (de vakterm is "mud-curling"). Onder invloed van bepaalde micro-organismen kan bitumen aangetast worden. Gewapende dakbanen op basis van (gemodificeerd) bitumen moeten worden geacht bestand te zijn tegen micro-organismen zoals melkzuurbacteriën;
  • Moderne dakbedekkingsmaterialen met een polyestermat als drager moeten bestand tegen worteldoorgroei volgens NEN-EN 13948;
  • Indien de dakbedekking langdurig in contact komt met water zal de levensduur nadelig worden beïnvloed. Eventueel aanwezig leislag zal versneld verdwijnen, in zeldzame gevallen kan het water in de dakbaan dringen en de deklagen van de drager afdrukken, bij bevriezing worden extra spanningen op de dakbedekking overgebracht, etc.; een goed afschot (≥ 1,5%) is derhalve erg belangrijk. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met doorbuiging van de draagconstructie.
Thermische eigenschappen

Uitzetting

Lineaire uitzettingscoëfficiënt: circa 60·10-6K-1.

Geleiding

  • Warmtegeleidingscoëfficiënt bitumen: circa 0,2 W/(m·K);
  • Gebruikstemperatuur: in het lage temperatuurgebied zijn bitumineuze dakbedekkingen op basis van gemodificeerde bitumina minimaal bestand tegen temperaturen van -25°C;
  • In het hoge temperatuurgebied hangt de bestandheid af van het bitumentype;
  • Dakbanen op basis van geblazen bitumen 110/30 en SBS gemodificeerde bitumen zijn bestand tegen temperaturen van maximaal 80°C. Bij APP gemodificeerde dakbedekkingen ligt deze waarde op ca. 100°C.
BRL 1511 voor een KOMO kwaliteitsverklaring en het KOMO attest voor Baanvormige dakbedekkingssystemen omschrijft uitvoerig in Deel 2 'Specifieke bepalingen voor gewapende dakbanen o.b.v. (gemodificeerd) bitumen' aan welke eisen bitumineuze dakbedekking moet voldoen.

 

Toepassing

Bruikbaarheid, functioneel

Bitumineuze dakbedekkingen worden toegepast in de woning- en utiliteitsbouw, met name op platte, maar ook op hellende daken.

Door de meer wetenschappelijke benadering is de kennis op het gebied van bitumineuze dakafwerkingen aanzienlijk toegenomen, zodat het heel goed mogelijk is probleemloze daken te vervaardigen. Door de aandacht die gegeven is aan opleiding en door de toegenomen kennis is een aantal gerenommeerde dakbedekkingsbedrijven zeker in staat foutloze dakafwerkingen te realiseren. Ook door externe inspecties, procescertificatie van dakdekkersbedrijven, het opzetten van ISO 9000-kwaliteitssystemen en erkenningsregelingen wordt er steeds een beter kwaliteitsniveau gestimuleerd en verkregen.

Bitumineuze dakbedekkingen worden als één- of als tweelaagssysteem toegepast. Gekleefde (al dan niet partieel) bedekkingen komen nog veel voor. De applicatie vindt meestal plaats met de brandmethode, ook al omdat APP-gemodificeerde rollen, die het grootste deel van de markt vormen, niet via de gietmethode met warm bitumen kunnen worden aangebracht. In verband met de brandveiligheid tijdens de applicatie vinden éénlaagse mechanisch bevestigde dakbedekkingen, waarbij de naden worden gekleefd met behulp van hete lucht (föhnen) meer en meer toepassing. Om deze reden is er ook toenemende belangstelling voor zelfklevende dakbanen. Ook in verband met milieufactoren (scheiding van materialen) komen mechanisch bevestigde dakbedekkingen meer en meer voor.

Geperforeerde dakbanen (onderbanen) dienen als eerste laag in tweelaagse systemen, daar vindt een beheerste partiële hechting plaats van de toplaag aan de ondergrond via de perforaties. Het systeem is mogelijk voor zowel de gietmethode als de brandmethode. Partiële hechting is voor gesloten ondergronden noodzakelijk in verband met het voorkomen van blaasvorming.

Een moderne onderlaag betreft een eenzijdig gebitumineerde polyestermat die veelal gebruikt wordt in mechanisch bevestigde tweelaagse systemen. De niet afgewerkte onderzijde voorkomt verkleving aan de ondergrond.

Een product vinden? >> Bitumineuze baanvormige dakbedekking op NBD-Online

Bruikbaarheid, economisch

De waterdichtheid van platte daken wordt meestal verkregen met het aanbrengen van baanvormige dakbedekkingsmaterialen. In bescheiden mate worden ook vloeibare systemen toegepast. Bij de baanvormige dakbedekkingen kan een keuze worden gemaakt tussen (al dan niet gemodificeerd) bitumen dakbanen of kunststof dakbanen. Bij beide groepen is een verschillend niveau van prijzen en prestaties mogelijk. De keuze bitumen of kunststof is in de meeste situaties alleen afhankelijk van de persoonlijke voorkeur van de opdrachtgever. In Nederland is het aandeel bitumineuze dakbedekkingen aanzienlijk groter dan dat van kunststof dakbedekkingen. In verband met de langere levensduur en het geringere onderhoud bij geschubde bedekkingen wordt bitumineuze dakbedekking relatief weinig toegepast op hellende daken.

Bruikbaarheid, voorschriften

De codering volgens BRL 1511 berust op het onderscheid naar bitumen, drager, afwerking en het niveau van eigenschappen. De codering geschiedt met behulp van cijfergroepen en letters, volgens de hierna volgende aanwijzingen:

bladibla

Verklaring nieuwe productcodering

1. Soort bitumen in de deklaag

2  geoxideerd bitumen
3  elastomeer bitumen (bijvoorbeeld SBS)
4  plastomeer bitumen (bijvoorbeeld APP)

2. Soort drager, bovenste dragers
3. Soort drager, onderste drager (= 0 als geen 2e drager).

3  glasweefsel
4  glasvlies
5  geperforeerd glasvlies
6  polyester
7  polyester-glascombinatie
8  metaalfolie

4. Eventueel certificaat

K  toplagen
P  onderlagen
-  niet KOMO gecertificeerd

5. Soort afwerking, bovenzijde
6. Soort afwerking, onderzijde

0  geen afwerking
1  fijn mineraal (bijv. talk of zand)
2  grove minerale afwerking (bijv. leislag, granulaat, etc)
3  partieel aangebrachte coating (profilering) voor partiële hechting volgens de brandmethode
4  extra coating ten behoeve van verwerking volgens de brandmethode
5  metaalfolie
6  kunststoffolie
7  zelfklevende coating met release materiaal

Veel voorkomende soorten

Met glasvlies gewapende dakbaan:

  • 240 P 11: gebitumineerde glasvlies.

Met polyestermat gewapende bitumineuze dakbanen:

  • 260 P 10: éénzijdig gebitumineerde polyestermat;
  • 260 P 11: éénzijdig gebitumineerde;
  • 260 P 12: éénzijdig gebitumineerde MEC.

Met polyester gewapende SBS-gemodificeerde bitumineuze dakbanen:

  • 360 P 11: SBS-gemodificeerde gebitumineerde polyestermat;
  • 360 P 14: SBS-gemodificeerde gebitumineerde polyestermat MEC;
  • 360 P 60: éénzijdig SBS-gemodificeerde gebitumineerde polyestermat, aan de bovenzijde met kunststoffolie afgewerkt.

Met polyester/glascombinatie gewapende SBS-gemodificeerde gebitumineerde bitumineuze dakbanen:

  • 370 K 11: SBS-gemodificeerde gebitumineerde polyester/glascombinatie;
  • 370 K 13: SBS-gemodificeerde gebitumineerde polyester/glascombinatie, aan de onderzijde voorzien van extra coating in streepbitumen;
  • 370 K 14: SBS-gemodificeerde gebitumineerde polyester/glascombinatie MEC;
  • 370 K 21: gemineraliseerd SBS-gemodificeerde gebitumineerde polyester/glascombinatie;
  • 370 K 23: gemineraliseerd SBS-gemodificeerde gebitumineerde polyester/glascombinatie, aan de onderzijde voorzien van extra coating in streepbitumen;
  • 370 K 24: gebitumineerde SBS-gemodificeerde gebitumineerde polyester/glascombinatie MEC.

Producten op basis van APP-gemodificeerde bitumen:

  • 440 P 13: APP-gemodificeerd gebitumineerd glasvlies, aan de onderzijde voorzien van een noppenstructuur;
  • 460 K 14: APP-gemodificeerde gebitumineerde polyestermat MEC;
  • 460 K 24: gemineraliseerd APP-gemodificeerde gebitumineerde polyestermat MEC;
  • 460 P 60: éénzijdig APP-gemodificeerde gebitumineerde polyestermat, aan de bovenzijde met kunststoffolie afgewerkt.

Met polyester/glascombinatie gewapende APP-gemodificeerde bitumineuze dakbanen:

  • 470 K 14: APP-gemodificeerde gebitumineerde polyester/glascombinatie MEC;
  • 470 K 24: gemineraliseerd APP-gemodificeerde gebitumineerde polyester/glascombinatie MEC.

Met glasvlies + polyestermat gewapende APP-gemodificeerde bitumineuze dakbanen:

  • 446 K 14: APP-gemodificeerde gebitumineerde glasvlies + polyestermat MEC.

Overige code’s:

  • Bitumineuze emulsie: 500 A 20: bitumenlatex emulsie, gemineraliseerd;
  • Geblazen bitumen: 200 A 07-110/30: geblazen bitumen 110/30;
  • Bitumenoplossingen:
    • 200 A 08: bitumenpasta;
    • 200 B 08: bitumendaklak;
    • 200 A 09: voorsmeermiddel;
    • 600 A 08: vloeibitumen;
  • Bitumineuze koude kleefstof: 500 A 07: bitumineuze koude kleefstof.

Bovenstaande opsomming is zeker niet uitputtend. Een completer overzicht is te vinden in de eerder genoemde norm. De meest recent ontwikkelde materialen zijn vermeld in Beoordelingsrichtlijnen van certificatie-instellingen (bijvoorbeeld zelfklevende materialen, materialen met verschillende bitumensoorten aan weerszijden van de drager, etc.).

Ontwerpdetails

Belangrijk is dat bij verwerking de banen onderling eveneens ononderbroken aan elkaar worden verbonden, zodat ook het complete dak waterdicht wordt. Met name voor details (dakranden, dakdoorvoeren) is het nodige vakmanschap vereist, om deze "naadloze" overgang te bewerkstelligen.

Door het grote aanbod aan materialen en de verschillende bevestigingstechnieken zijn er tientallen dakbedekkingsconstructies in gebruik. Het voert te ver om deze hier te behandelen. Verwezen wordt naar erkende kwaliteitsverklaringen van het type KOMO-attest met productcertificaat/certificaat van technische goedkeuring of naar de geharmoniseerde richtlijnen en aanbevolen constructies van Vebidak, BDA Dakadvies of Dakmerk. Hierin worden ook een aantal detailoplossingen gegeven.

Dakbedekkingen op basis van geblazen bitumen of SBS-gemodificeerde bitumina kunnen onder Nederlandse condities in het algemeen tot een helling van 15° worden toegepast. Daarboven is aanvullende mechanische bevestiging noodzakelijk. Materialen op basis van APP-gemodificeerde bitumina kunnen tot een hogere helling worden toegepast zonder dat aanvullende mechanische bevestiging noodzakelijk is (in het algemeen tenminste tot 45°).

Eventueel optredende gebreken in bitumineuze dakbedekkingen zijn meestal het gevolg van fouten in het ontwerp of in de uitvoering en worden relatief minder vaak veroorzaakt door de materiaalkwaliteit.

Bij gekleefde dakbedekkingen kan schade door scheurvorming in de dakbedekking optreden onder invloed van herhaalde bewegingen in de ondergrond. In bepaalde situaties dienen daarom rekzones ter plaatse van de plaatnaden gecreëerd te worden.

Ten gevolge van insluiting van lucht of water kunnen blazen gevormd worden. Daarom moeten bij gesloten ondergronden partieel gekleefde systemen worden toegepast, teneinde de zich ontwikkelende druk de gelegenheid te geven zich te vereffenen. Rekening houdend met de situatie, hoogte en locatie van het dak, moet de hechting van het dakbedekkingssysteem voldoende weerstand bieden tegen optredende windbelastingen. Ter plaatse van dakranden en hoeken is vaak een aanvullende bevestiging noodzakelijk (bijvoorbeeld ballast of extra bevestigingsmiddelen).

Verwerking en montage

Transport

De rollen worden in het algemeen staand op pallets vervoerd. Zij dienen zo stijf mogelijk tegen elkaar gezet te worden met voldoende zijdelingse steun.

Opslag

Rollen moeten in het algemeen staand worden opgeslagen. Voorkomen moet worden dat de rollen nat worden en langdurig aan directe zonbestraling worden blootgesteld.

Voorbereiding

De ondergrond dient schoon, droog en vlak te zijn.

Verwerking
  • De dakbedekkingsbanen moeten altijd met verspringende dwarsoverlap worden aangebracht, alsmede zodanig dat indien mogelijk naar de afvoeren toe geen tegennaden ontstaan;
  • De dakbedekkingsmaterialen mogen uitsluitend droog en tijdens droog weer worden verwerkt;
  • Gemodificeerde dakbedekkingsmaterialen (met name SBS) kunnen ook bij temperaturen tot -5 à -10°C beneden het vriespunt worden verwerkt.

Gietmethode

Bij het kleven van de dakbanen volgens de gietmethode moet voor de gehele breedte van de te kleven baan een bitumenlaag worden gevormd. Bij het uitrollen van de dakrollen moeten deze stevig worden aangedrukt. De verwerkingstemperatuur van de bitumen moet tenminste 100°C boven het verwekingspunt van de gebruikte bitumensoort liggen. Aan beide zijden van de te kleven baan moet bitumen zichtbaar uit de naad komen. De hoeveelheid bitumen bedraagt circa 1,5 kg per m2. Bij het kleven van de eerste laag moet het uitgelopen bitumen met een plamuurmes worden gladgestreken. Bij gemineraliseerde banen wordt de reeds aangebrachte baan bevochtigd juist naast de overlap van de gestelde baan, zodat later het uitgelopen bitumen gemakkelijk verwijderd kan worden. Aan de andere zijde dient het onder de zelfkant van de banen uitgelopen bitumen meteen na applicatie met een plamuurmes te worden gladgestreken.

Brandmethode

  • Bij de brandmethode wordt de aan de onderzijde van de brandrol aanwezige extra coatinglaag door middel van een propraangasbrander over de gehele breedte vloeibaar gemaakt, zodat een volledige hechting met de onderliggende laag tot stand komt;
  • Bij het branden moet zich voor de rol een egale bitumenrups vormen, die bij het aandrukken van de rol minimaal 5 mm uit de overlap wordt gedrukt. Om capillairen te voorkomen ten gevolge van grote dikteverschillen van de banen worden van tevoren hoekjes weggesneden;
  • Hierdoor wordt bewerkstelligd dat ter plaatse van ontmoetingen van langs- en dwarsoverlappen 2 in plaats van 3 dakbanen boven elkaar aanwezig zijn.

Mechanisch bevestigde systemen

  • Bij éénlaagse systemen worden onder de langsoverlappen drukverdeelplaten van 40 x 80 mm of 40 x 70 mm met boor- of plaatschroeven bevestigd conform onderstaand principe;
  • De afstand tussen de bevestigingspunten en de rijen bevestigingspunten dient zodanig gekozen te worden dat minimaal het aantal door de ontwerper vastgestelde bevestigingspunten per m2 in middenzone, randzone en hoekzone gerealiseerd wordt. De overlappen worden gebrand of thermisch gelast (geföhnd);
  • Bij meerlaags mechanisch bevestigde systemen wordt de eerste laag mechanisch bevestigd, meestal met vierkante of ronde drukverdeelplaten en boor- of plaatschroeven. De bevestiging hoeft niet door de overlap te geschieden.

Kimfixatie

Bij gekleefde bedekkingen moet langs de dakranden en opstanden altijd een kimfixatie worden toegepast met een voor de onderconstructie geschikt bevestigingssysteem. Dit om te voorkomen dat zich in de kim krimpverschijnselen manifesteren.

Onderhoud

De dakbedekking dient tenminste eenmaal per twee jaar grondig gereinigd en geïnspecteerd te worden, zodat eventuele gebreken tijdig gesignaleerd worden en de afvoer van regenwater niet wordt belemmerd. Bij geballaste daken moet waar nodig de ballastlaag van grind opnieuw gespreid worden. Reparaties omvatten alle voorkomende plaatselijke reparaties, zoals het verwijderen en/of herstellen van blazen, plooien, mechanische beschadigingen, etc.

Oppervlakterenovatie houdt in, dat een compleet nieuwe laag wordt toegevoegd aan het betreffende dakbedekkingssysteem. De noodzaak van oppervlakterenovatie kan door een deskundige worden bepaald. Deze behandeling is alleen mogelijk indien de ondergrond geen structurele problemen vertoont. De deskundige zal tevens bepalen welke constructie het meest in aanmerking komt. Indien een gemineraliseerd oppervlak kaal is geworden en de daaronder liggende bedekking nog in goede staat verkeert, kan soms worden volstaan met het aanbrengen van een geschikte kleeflaag en een op het werk ingestrooide laag minerale korrels.

Kwaliteit en garantie

Kwaliteit

De meeste dakrollen zijn gecertificeerd door de erkende certificatie-instellingen. Voor de toplagen wordt meestal gebruik gemaakt van een KOMO-attest met productcertificaat/certificaat van technische goedkeuring (CTG), waarin de prestaties  van het dakbedekkingsmateriaal in de toepassing worden gegeven. Deze kwaliteitsverklaringen sluiten aan op het Bouwbesluit. De onderlagen worden meestal alleen van een certificaat voorzien, waarin verklaard wordt dat het materiaal aan de betreffende norm voldoet.

Garantie

Leveranciers en dakdekkers geven veelal een garantie van 10 tot 15 jaar, waarbij deze garanties inhoudelijk echter zeer grote verschillen vertonen. De garanties beperken zich tot het behoud van de waterdichtheid. Voorts is het van belang dat de garanties verzekerd zijn, zodat ook bij faillissement van de dakdekker de zekerheden behouden blijven.

Dakdekkers die bij de brancheverenigingen Vebidak, BDA Dakadvies of Dakmerk zijn aangesloten, moeten de daarbij behorende garantiebepalingen hanteren.

Economische factoren

Prijzen

De prijs van een bitumineuze dakbedekking wordt allereerst bepaald door de materialen van de dakbedekkingsconstructie. Daarnaast is de factor 'arbeid' van belang, die wordt bepaald door de grootte, de bereikbaarheid en de ingewikkeldheid van het dak. Meestal wordt het aanbrengen van de dakbedekking gecombineerd met het aanbrengen van dakisolatie, doorvoeringen, etc. Een ander kostprijsbepalend onderdeel is de keuze van het soort dakbedekkingsmateriaal.

Anno 2017 variëren de prijzen tussen ca. € 34-55,- voor APP gemodificeerd bitumen tot circa € 41-50,- voor SBS gemodificeerde gebitumineerde polyestermat/glasvlies (rollen van 6 m). Voor een m2-prijs wordt door de branche een gemiddelde van € 45,- opgegeven, inclusief aanbrengen door professionals.

Levering

Direct door de fabrikanten of via gespecialiseerde handelsmaatschappijen, danwel door de dakbedekkingsbedrijven, die dit meestal combineren met de verwerking. Opgave van gecodeerde bestellingen volgens NEN-EN 13707, zie 'Bruikbaarheid, voorschriften'.

Technische service

Naast de informatie die de fabrikanten/leveranciers en de dakbedekkingsbedrijven verstrekken, kunnen adviezen worden verkregen van gespecialiseerde bedrijven. Het meest prominent aanwezig op deze markt zijn:

Vebidak te Nieuwegein

BDA Dakadvies te Gorinchem

Dakmerk  te Nieuwegein

Milieu en gezondheid

Verenigbaarheid

Bij combinatie van verschillende bitumentypen (bijvoorbeeld geblazen bitumen met gemodificeerd bitumen) moet aangetoond worden dat de onderlinge hechting niet drastisch vermindert ten gevolge van migratie van oliën uit het bitumen naar het grensvlak.

Levensduur

Onder invloed van uv-straling, warmte en vocht treedt veroudering op, waardoor het bitumen verhard. Uiteindelijk treedt hierdoor scheurvorming (bijvoorbeeld craquelé) op. Teneinde dit proces te vertragen dienen bitumen dakbanen in het algemeen beschermd te worden tegen de invloed van uv-straling door een minerale afstrooi- of afwerklaag. Alleen bij APP-gemodificeerde bitumen dakbanen is dit niet nodig.

Bij moderne dakbedekkingsmaterialen op basis van polyestermat in combinatie met gemodificeerd bitumen wordt door leveranciers een levensduur van 20 tot 40 jaar opgegeven (bij goed onderhoud). Voor ECB wordt zelfs een levensduur van 50 jaar opgegeven.

Recycling

Bitumen dakbedekking kan gerecycled worden en kan als grondstof (het zgn. hybride bitumen) weer worden toegepast bij de fabricage van nieuwe dakbedekking.

Referenties

Geraadpleegde literatuur

Vakrichtlijn Gesloten Dakbedekkingssystemen 2018  (Vebidak, BDA Dakadvies, Dakmerk)

Documentatie van leveranciers en applicateurs.

Wet- en regelgeving

Bouwbesluit 2012

Normen en richtlijnen

Normen en richtlijnen van het Nederlands Normalisatie-instituut (NNI):

NEN 2087

Flexibele banen voor waterafdichtingen - Bitumen dakbanen - Bepaling van de samenstelling van gewapende dakbanen en de deklagen daarvan

NEN 2778

Vochtwering in gebouwen

NEN 6061

Bepaling van de weerstand tegen het ontstaan van brand bij stookplaatsen

NEN 6063

Bepaling van het brandgevaarlijk zijn van daken

NEN 6064            

Bepaling van de onbrandbaarheid van bouwmaterialen

NEN 6065            

Bepaling van de bijdrage tot brandvoortplanting van bouwmateriaal (combinaties)

NEN 6068

Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten

NEN 6707

Bevestiging van dakbedekkingen - Eisen en bepalingsmethoden

NEN-EN 1990

Eurocode 0: Grondslagen van het constructief ontwerp – met nationale bijlage

NEN-EN 1928

Flexibele banen voor waterafdichtingen - Bitumen, kunststof en rubber banen voor waterafdichtingen voor daken - Bepaling van de waterdichtheid

NEN-EN 12310-1

Flexibele dakbanen voor waterafdichtingen - Deel 1: Bitumen banen voor waterafdichtingen voor daken - Bepaling van de nageldoorscheursterkte

NEN-EN 12311-1 Flexibele banen voor waterafdichtingen - Deel 1: Bitumen banen voor waterafdichtingen voor daken - Bepaling van de treksterkte
NEN-EN 13501-1 Brandclassificatie van bouwproducten en bouwdelen - Deel 1: Classificatie op grond van resultaten van beproeving van het brandgedrag

NEN-EN 13707

Flexibele banen voor waterafdichting - Gewapende bitumen dakbanen voor waterafdichtingen - Definities en eigenschappen

NEN-EN 13948

Flexibele banen voor waterafdichtingen - Bitumen, kunststof en rubber banen voor waterafdichtingen - Bepaling van de weerstand tegen worteldoorgroei

NPR 6708

Bevestiging van dakbedekkingen - Richtlijnen

Voorschriften en adviezen

VEBIDAK

Dakmerk

BDA Dakadvies b.v.

UEAtc - richtlijnen inzake dakbedekkingssystemen:

  • Directives générales UEAtc pour l'Agrément des revêtements d'étanchéité de toitures (juli 1982)
  • Guide Technique Complémentaire UEAtc pour l'Agrément des revêtements d'étanchéité de toitures fixés méchaniquement (april 1991)
  • Guide Technique Particulier UEAtc pour l'Agréments des revêtements d'étanchéité de toitures monocouches (maart 1991)

BRL 1511/01 - Dakbedekkingssystemen