Bepaal de brandklasse en WBO volgens spiegelsymmetrie

Artikel 2.68 van het Bouwbesluit geeft de brandklasse aan waar buitenoppervlakten aan moeten voldoen. Voorts geeft artikel 2.84 aan dat de weerstand op brandoverslag en branddoorslag gevels (en daken) moet worden bepaald volgens spiegelsymmetrie. Hieronder lichten we beide artikelen toe.

 

Grenzend aan de binnenlucht

De zijde van een vliesgevelonderdeel dat grenst aan de binnenlucht moet aan de volgende brandklasse voldoen, die is bepaald volgens NEN-EN 13501-1:

 

  • Extra beschermde vluchtroute: B;
  • Beschermde vluchtroute: B of D;
  • Overig: B, C of D.

 

Brandklasse volgens NEN 13501-1

Bijdrage aan brand

Brandbaarheid

A1

geen enkele bijdrage

niet brandbaar

A2

nauwelijks bijdrage

vrijwel niet brandbaar

B

zeer beperkte bijdrage

heel moeilijk brandbaar

C

beperkte bijdrage

brandbaar

D

hoge bijdrage

brandbaar

Grenzend aan de buitenlucht

De zijde van een vliesgevelonderdeel dat grenst aan de buitenlucht moet aan de volgende brandklasse voldoen, die is bepaald volgens NEN-EN 13501-1:

 

  • Extra beschermde vluchtroute: B of C
  • Beschermde vluchtroute: B, C of D
  • Overig: D
  • Hoger dan 13 m: B
  • Van een gebouw waarin een voor personen bestemde vloer minstens 5 m boven het meetniveau ligt, vanaf maaiveld tot een hoogte van minstens 2,5 m: B

 

Deuren, ramen en kozijnen en daaraan gelijk te stellen constructieonderdelen moet voldoen aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1.

 

Spiegelsymmetrie

Om het gevaar van brandoverslag te beperken schrijft artikel 2.84 van het Bouwbesluit voor dat er altijd rekening moet worden gehouden met een gespiegeld gebouw op het naastgelegen perceel, ten opzichte van de erfgrens . Voor dit denkbeeldige gebouw moet men uitgaan van precies zo'n gevel als de onze en op dezelfde afstand van de perceelsgrens. Als bijvoorbeeld niet bekend is wat er op het naastgelegen perceel wordt gebouwd, kan men toch een omgevingsvergunning aanvragen. Maar, let op! Spiegelsymmetrie moet ook worden toegepast als er aan de andere kant van de perceelsgrens wél al een gebouw staat. En ongeacht de kwaliteit van dat gebouw, moeten we toch uitgaan van een gespiegeld gebouw ten opzichte van de erfgrens (het kan tenslotte ooit gesloopt worden).

 

De spiegelsymmetrieregel berekend de benodigde weerstand op brandoverslag (WBO) ten opzichte van een gebouw op het aangrenzende perceel.  Buitenwanden moeten ten opzichte van de erfgrens een WBDBO van 60 minuten hebben. Dat pakt als volgt voor onze vliesgevel uit:

 

  • De vliesgevel heeft van binnen naar buiten een brandwerendheid van 60 minuten, of
  • de vliesgevel heeft van buiten naar binnen een brandwerendheid van 60 minuten, of
  • de vliesgevel heeft van binnen naar buiten een brandwerendheid van 30 minuten + de vliesgevel heeft van buiten naar binnen een brandwerendheid van 30 minuten.

 

Als de afstand van het te bouwen gebouw ver genoeg van de erfgrens afstaat, dan neemt die afstand de WBO over. Daarbij vervallen dan de brandwerendheidseisen voor de gevel. Dit geldt echter pas vanaf 5-7 meter.  Het is ook mogelijk om voor kleinere afstanden een reductie van 30 minuten door te voeren. Die afstand moet echter berekend worden volgens NEN 6068.

 

Als de afstand nog kleiner is, dan moet de vliesgevel van binnen naar buiten een WBO van 60 minuten hebben. Als het bestaande pand op het aangrenzend perceel helemaal geen WBO biedt, dan moet onze vliesgevel ook 60 minuten van buiten naar binnen bieden.

 

Spiegelsymmetrie WBO Gevels

 

Bronnen: Bouwbesluit artikel 2.68, art. 2.84 en tabel 2.66Bouwen met staal,  informatie van leveranciers