Bouwbesluit 2012, NEN-EN 17037

Hier te lang, daar te breed; een te groot balkon zal niet worden afgekeurd bij het aanvragen van een bouwvergunning, maar bij een te klein balkon moet je weer terug naar de inmiddels spreekwoordelijke tekentafel. Soms mag een balkon ontbreken, maar niet altijd.

 

Bouwbesluit

Balkons moeten aan bepaalde eisen voldoen. Daarvoor raadplegen we het Bouwbesluit. Daarnaast heeft een balkon vaak ook gevolgen voor het daglicht dat in de ruimte ónder het balkon kan binnendringen. Ook daarover zijn eisen en rekenregels in het Bouwbesluit opgenomen. Beknopt staan hieronder de artikelen op een rij die voor balkons van toepassing zijn.

 

Aansturingstabel 2.16 Grenswaarden openingen

Balkonhekken voor de woningbouw en openbare gebouwen zijn bedoeld voor de beveiliging van de gebruikers en moeten voldoen aan de nationaal geldende eisen ten aanzien van veiligheid, eventueel aangevuld met gemeentelijke verordeningen.

 

Het Bouwbesluit schrijft met aansturingstabel 2.16 de volgende grenswaarden voor openingen in balustraden voor (in meters):

 

Gebruiksfunctie

Grenswaarde openingen

Woonfunctie

0,2

Bijeenkomstfunctie

 

voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar

0,1

andere kinderopvang

0,2

andere bijeenkomstfunctie

0,5

Celfunctie

0,3

Gezondheidszorgfunctie

0,5

Industriefunctie

0,5

Kantoorfunctie

0,5

Logiesfunctie

0,5

Onderwijsfunctie

 

basisonderwijs

0,2

andere onderwijsfunctie

0,5

Sportfunctie

0,5

Winkelfunctie

0,5

Overige gebruiksfunctie

0,5

Bouwwerk geen gebouw zijnde

0,5

 

Artikel 2.20 Overklauterbaarheid

Artikel 2.20 van het Bouwbesluit schrijft verder voor dat, ter voorkoming van het overklauteren, er geen opstapmogelijkheden tussen 0,2 m en 0,7 m boven een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan mag worden gerealiseerd.

 

Burgemeester en wethouders kunnen volgens de MBV vrijstelling verlenen van het verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevel- en achtergevelrooilijn voor balkons.

 

Balkons en galerijen die bij de vluchtwegen behoren, moeten worden vrijgehouden van begroeiing, sneeuw en ijs. Gebreken moeten direct worden hersteld.

 
Artikel 2.18 Hoogte vloerafscheiding

De hoogte van balkonhekken boven betreedbaar oppervlak moet volgens het Bouwbesluit artikel 2.18 het volgende bedragen:

  • Algemeen geldt dat een vloerafscheiding minimaal 1,0 m hoog moet zijn. De vloerafscheiding mag 0,70 m hoog zijn, maar dan moet de breedte daarvan wel ten minste 0,40 m bedragen zodat de som ervan op ten minste 1,1 m uitkomt;
  • Bij een hoogteverschil tussen een vloer en een aangrenzende vloer, terrein of water van meer dan 13 m is op grond van het tweede lid een vloerafscheiding met een hoogte van ten minste 1,2 m voorgeschreven;
  • Afscheidingen naast trappen en hellingbanen hebben een hoogte van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan.

 

Aansturingstabel 2.66 Brandklassen

Aansturingstabel 2.66 geeft aan, aan welke brandklassen (NEN-EN 13501-1) materialen moeten voldoen, afhankelijk van de gebruiksfunctie (raadpleeg voor meer informatie de tabel zelf):

 

Grenswaarden

  • Zijde grenzend aan de:
    • binnenlucht:
      • extra beschermde vluchtroute: B;
      • beschermde vluchtroute: B of D;
      • overig: B, C of D.
    • buitenlucht:
      • extra beschermde vluchtroute: B of C;
      • beschermde vluchtroute: B, C, of D;
      • overig: D.
  • Bovenzijde:
    • extra beschermde vluchtroute: Cfl;
    • beschermde vluchtroute: Cfl of Dfl;
    • overig: Cfl of Dfl.
 
3.75 Daglichtoppervlakte

In aansturingstabel 3.74 staat hoeveel daglichtoppervlakte een bepaalde ruimte bij een functie minimaal moet hebben.

 

In NEN-EN 17037 is aangegeven op welke wijze de vereiste daglichtoppervlakte moet zijn bepaald. Daarbij wordt onder equivalente daglichtoppervlakte verstaan de daglichtopening, voorzover hoger gelegen dan 60 cm boven de vloer, die met de in die norm aangegeven reductiefactoren wordt vermenigvuldigd. Daarbij wordt rekening gehouden met bepaalde belemmeringen zoals dakoverstekken en uitkragende balkons, die de toetreding van daglicht kunnen beperken. De eis van het eerste lid heeft betrekking op verblijfsgebieden.

 

Lees meer in artikel 3.75 Daglichtoppervlakte: nota van toelichting.

 
4.35 Aanwezigheid, afmetingen en bereikbaarheid

Tot slot vind je in artikel 4.35 de eisen omtrent het aanwezig zijn van een balkon, hoe groot dat moet zijn en hoe die bereikbaar moet zijn.

Flats of appartementen, die niet voor studenten of voor de zorg worden gebouwd, moeten uitgerust worden met een rechtstreeks bereikbare buitenruimte.

  1. Een woonfunctie heeft een niet-gemeenschappelijke buitenruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 4 m2 en een breedte van ten minste 1,5 m, die rechtstreeks bereikbaar is vanuit een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van die woonfunctie.
  2. In afwijking van het eerste lid kan bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2 de buitenruimte gemeenschappelijk zijn indien de vloeroppervlakte aan buitenruimte ten minste 1 m2 per op die buitenruimte aangewezen woonfunctie bedraagt, met een minimum van 4 m2 en een breedte van ten minste 1,3 m. De buitenruimte is rechtstreeks vanuit de woning bereikbaar of via gemeenschappelijke ruimten.