Een instortende vloer door brand is een schrikbeeld voor iedereen

In dit artikel zetten we alle eisen waar een vloer met betrekking tot brand aan moet voldoen op een rij, compleet met links naar relevante normen, voorschriften en artikelen in het Bouwbesluit.

 
Brandbaarheid

De brandbaarheid van vloeren wordt volgens NEN 6064 bepaald. Omdat het bij de brandveiligheid van gebouwen om het gedrag van materialen in hun toepassing gaat, wordt meestal een deel van de vloerconstructie zoals deze zal worden toegepast, onderzocht.

 

Met uitzondering van houten vloeren, zijn alle construcievloeren en systeemvloeren van beton, staalplaatbeton en keramiek onbrandbaar volgens NEN 6064.

 

Brandvoortplanting

De brandvoortplanting is het zich uitbreiden van een brand in een ruimte. De bijdrage tot brandvoortplanting van constructievloeren moet in samenhang met de toegepaste vloerafwerking worden beoordeeld.

 

De bijdrage tot brandvoortplanting van vloeren wordt bepaald volgens NEN 1775. Deze norm geeft experimentele methoden aan ter bepaling van de bijdrage tot brandvoortplanting van de bovenzijde van vloeren, inclusief een eventuele afwerklaag en/of vloerbedekking. Ingevolge NEN 1775 moet de combinatie van bouwmaterialen, die over een diepte van 30 mm van de bovenzijde van de vloer is toegepast, aan de beproeving zijn onderworpen om de bijdrage tot brandvoortplanting te bepalen. In het Bouwbesluit staat dat een vloer tenminste tot de klasse T3 te behoren. Vloeren waarover een extra beschermde vluchtweg voert moeten aan klasse T1 voldoen.

 

Houten vloeren

Bij toepassing van houten vloerconstructie bij eengezinswoningen en bij lage woongebouwen is ten aanzien van de brandbeveiliging NEN-EN 1995-1-2 van toepassing. Hierin wordt onder andere de eis gesteld dat de constructie niet zodanig mag zijn samengesteld, dat deze spoedig na het uitbreken van de brand grote hoeveelheden rook ontwikkelt of geheel in brand staat.

 

In het Bouwbesluit Artikel 2.80 worden de brandklassen uit de vervallen NEN 6065 vertaald naar Euroklasse uit de NEN-EN 13501-1. Het is ook na te lezen in dit artikel, met een overzichtelijke tabel.

 

Uit onderzoek door TNO blijkt een zeer sterke relatie tussen de volumieke massa van de houtsoort en de prestaties bij brand. Dat leidt tot de volgende indeling in Nederlandse brandklassen van massief hout:

Soortelijk gewicht

Brandklasse

< 560 kg/m3

4

560-790 kg/m3

3

> 790 kg/m3

2

 

Vuren en grenen vallen met respectievelijk 460-470 kg/m3 en 510-540 kg/m3 in brandklasse 4.

 

Onderstaande tabel geeft voor diverse van hout vervaardigde plaatmaterialen een overzicht van de eurobrandklasse en rookproductie volgens NEN-EN 13501-1.

Materiaal

Eurobrandklasse

Rookproductie

multiplex, triplex

Dfl

S1

spaanplaat

Dfl

S1

hardboard

Dfl

S1

houtwolcement

Bfl

-

zachtboard

 

S1

 

Met behulp van bepaalde verf- en vernissoorten en andere brandvertragende middelen, kan de bijdrage tot brandvoortplanting van hout worden verlaagd (NVN-ENV 13381-7 en NEN-EN 16755).

 

Rookontwikkeling, Rookdoorlatendheid

In het Bouwbesluit worden vluchtmogelijkheden bij brand aangegeven. Om te voorkomen dat ten gevolge van een sterke rookontwikkeling het zicht zodanig wordt beperkt dat de aanwezige personen zich bij een beginnende brand onvoldoende kunnen oriënteren, zijn in het Bouwbesluit eisen gesteld met betrekking tot de rookproductie. Behalve de zogenoemde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) van een scheidingsconstructie tussen het brandcompartiment en een andere ruimte en een beperkte rookontwikkeling van die scheidingsconstructie geldt bij nieuwbouw voortaan, ook een voorschrift voor beperking van de rookdoorlatendheid.

 

De rookproductie van een vloer wordt bepaald volgens NEN-EN 13501-1. De mate van rookontwikkeling van een bouwmateriaal of materiaalcombinatie wordt in deze norm als rookdichtheid in m-1 aangegeven.

 

Om de rookproductie te bepalen, moet ingevolge NEN-EN 13501-1 de combinatie van bouwmaterialen, die over een diepte van 65 mm in de vloer is toegepast, aan beproeving zijn onderworpen. De rookontwikkeling bij constructievloeren moet in samenhang met de toegepaste vloerafwerking worden beoordeeld. De rookdichtheid met betrekking tot een vloer mag maximaal 10 m-1 bedragen.

 

Brandwerendheid

De zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht heeft een volgens NEN-EN 13501-1 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting. In aansturingstabel 2.75 staan de aangegeven brandklasse.

 

In het Bouwbesluit Artikel 2.80 worden de brandklassen uit de vervallen NEN 6065 vertaald naar Euroklasse uit de NEN-EN 13501-1. Het is ook na te lezen in dit artikel, met een overzichtelijke tabel.

 

De brandwerendheid van een vloer wordt bepaald volgens NEN 6069. De brandwerendheid wordt aangegeven in minuten als de tijdsduur waarin de constructie weerstand biedt tegen verhitting door brand. Het Bouwbesluit hanteert onder de afdeling "veiligheid" de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken. In onderstaande tabel is de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken aangegeven.

 

De eisen zijn verder afhankelijk van de functie en hoogte van het gebouw, en de permanente vuurbelasting.

 

Een vloer die bij bezwijken bijdraagt aan het zg. kaartenhuiseffect, moet ter voorkoming van voortschrijdende instorting bij brand aan zwaardere eisen voldoen.

 

Voor gebouwen waarvan de permanente vuurbelasting van alle constructie-onderdelen tezamen niet of nauwelijks een bijdrage levert aan brand, mogen de in de tabel aangegeven waarden met ten hoogste 30 minuten worden verminderd. In de woning of het gebouw moet dan de aantoonbare permanente vuurbelasting, bepaald volgens NEN 6090, lager zijn dan 500 MJ/m2.

 

Als hoogte van het aansluitende terrein wordt bedoeld de hoogte, gemeten ter plaatse van de toegang tot het gebouw.

 

Niet-slaapgebouwen

Bouwconstructie

Brandwerendheid

 

Eis

Vuurbelasting  ≤500 MJ/m2

vloer gelegen tot 5 m boven het aansluitende terrein

-

-

vloer gelegen tussen 5 en 13 m boven het aansluitende terrein

90

60

vloer hoger gelegen dan 13 m boven het aansluitende terrein

90

60

 

Slaapgebouwen

Bouwconstructie

Brandwerendheid

 

Eis

Vuurbelasting ≤500 MJ/m2

vloer gelegen tot 5 mm boven het aansluitende terrein

60

30

vloer gelegen tussen 5 en 13 m boven het aansluitende terrein

90

60

vloer hoger gelegen dan 13 m boven het aansluitende terrein

120

90

 

Bij vrijstaande woningen en rijtjeshuizen dragen de vloeren niet bij aan het kaartenhuiseffect. Dan gelden er geen eisen. Als dat wel het geval is, gelden er wel eisen. Die zijn er ook als een vloer een vluchtroute buiten het subbrandcompartiment in stand moet houden, of als de vloer of een deel daarvan te dicht bij de perceelsgrens ligt.

 

Brandwerendheid van constructievloeren in woningbouw met betrekking tot bezwijken:

 

Woningen en woongebouwen

Bouwconstructie

Brandwerendheid

 

Eis

Vuurbelasting ≤500 MJ/m2

vloer gelegen tot 7 m boven het aansluitende terrein

60

-

vloer gelegen tussen 7 en 13 m boven het aansluitende terrein

90

90

vloer hoger gelegen dan 13 m boven het aansluitende terrein

120

120

 
Gedrag bij brand

Vloeren moeten, net als andere hoofddraagconstructie-onderdelen, voldoen aan de basiseisen met betrekking tot brandvoortplanting, rookontwikkeling en brandwerendheid volgens het Bouwbesluit.

 

Steenachtige vloeren kunnen meestal zonder extra voorzieningen aan de basiseisen voldoen. Houten en stalen vloeren hebben vaak aanvullende voorzieningen in de vorm van brandwerende bekleding, plafonds e.d. nodig.

 

Terug naar Themapagina Vloeren