Ontwerpdetails voor traditionele gebonden rieten daken en rieten daken volgens de schroefdakmethode

Hellingshoek in rieten daken

De hellingshoek van het rieten dak is bij natuurrieten daken de meest bepalende factor in de levensduur. Hoe steiler de hellingshoek, hoe droger het dak en des te langer de levensduur. Op dakhellingen minder dan 25° kan geen natuurriet worden toegepast. Bij een dakhelling van 25° kunnen alleen korte dakvlakken met natuurriet gedekt worden. Pas bij dakvlakken van 45° en steiler is natuurriet echt geschikt en kan een redelijke levensduur verwacht worden. Voor een redelijke levensduur moeten de afzonderlijke rietstengels in het dek een hellingshoek van tenminste 30° hebben, maar steiler is altijd beter.

 

Tabel: hellingshoeken voor daken met natuurriet

Hellingshoek

dakvlak

Levensduur min. – max.

Gemiddelde

levensduur

Geschikt voor

< 25°

-

 

Absoluut ongeschikt

25°

3 – 10 jaar

5 jaar

Alleen voor zeer korte dakvlakken, af te raden

30°

8 – 18 jaar

12 jaar

Voor korte dakvlakken tot 2,5 m en ronde dakkapellen

45°

20 – 40 jaar

28 jaar

Voor gewone dakvlakken

50°

30+

40 jaar

Voor alle dakvlakken inclusief langere

 

Voor kunstriet is de hellingshoek niet belangrijk voor de duurzaamheid van de dakbedekking, maar wel voor de waterdichtheid van het dak. De kunstrietstengels moeten op afschot liggen, om het water van het dak af te voeren. Voor kunstriet is een dakhelling van 25° tot 90° geschikt.

 

Onderconstructie van rieten daken

  • Traditioneel gebonden dak:

De rieten dakbedekking moet aangebracht worden op een stevige onderconstructie bestaande uit een sporen (of gordingen) kap. Op de sporen worden de rietlatten bevestigd. Eerst komt bij de traditioneel gebonden dak op de rietlatten een laag spreiriet van ± 2 a 3 cm of rietmatten. Hierop komt ten slotte de laag dekriet. Deze onderconstructie kan open zijn, waarbij het riet van binnenuit zichtbaar is, maar zal bij woonhuizen en kantoren meestal van binnenuit afgetimmerd en geïsoleerd zijn. Daarbij is het belangrijk om te zorgen dan vocht vanuit de woning niet van binnenuit in het rietdek dringt.

  • Schroefdak:

De onderconstructie bestaat uit een dichte ondergrond, bijvoorbeeld multiplex, OSB of spaanplaat, of uit een geïsoleerd schroefpaneel. De ondergrond moet vlak, gaaf, droog en schoon zijn en voldoende sterkte bezitten. De onderconstructie moet luchtdicht zijn afgewerkt (afpurren). Speciaal rond dakdoorbrekingen als dakkapellen, schoorstenen en afvoeren moet hierop gelet worden. Bij de onderconstructie van een schroefdak is het absoluut noodzakelijk dat onder het riet een dampdichte laag wordt aangebracht die volledig dicht is en niet wordt doorboord. Bij nieuwbouw wordt het schroefdak standaard opgebouwd uit geïsoleerde dakpanelen of dakelementen, waarbij ervoor gezorgd moet worden dat aan de binnenzijde ook een dampremmende laag wordt aangebracht om te voorkomen dat vocht van binnenuit in de isolatie kan komen.

 

Dakdoorbrekingen in rieten daken

Bij het ontwerp van een met natuurriet gedekt pand moet rekening gehouden met de beperkingen die veroorzaakt worden door het werken met rietstengels. Om een gesloten vlak met dicht opeen geklopte stoppeleinden te kunnen realiseren, is een bepaalde lengte nodig zodat voldoende dikte kan worden gerealiseerd om het vlak “waterdicht” of in ieder geval voldoende waterafvoerend te laten zijn. Alle dakdoorbrekingen en dakdetailleringen hebben verdikkingen en/of verdraaiingen van het riet tot gevolg, waardoor het riet het water minder snel afvoert en het dak dus minder snel droogt. Idealiter heeft een met natuurriet gedekt dak zo min mogelijk detailleringen, maar vanwege de bruikbaarheid van de ruimten onder het dak ontkomt men er vaak niet aan.

De Vakfederatie Rietdekkers heeft voor natuurrieten daken richtlijnen voor de plaatsing van dakramen, schoorstenen en dakkapellen opgesteld:

  • afstand tussen 2 dakramen: tenminste 80 cm breed, 100 cm hoog (tenzij gekoppeld).
  • afstand van knelplank tot onderkant dakraam tenminste 50 cm.
  • afstand van bovenkant dakraam tot snijpunt nok tenminste 110 cm.
  • afstand van dakraam tot kopgevels tenminste 150 cm.
  • afstand van dakraam tot hoekkepers tenminste 50 cm.
  • afstand van dakraam tot dakkapel tenminste 100 cm.
  • afstand van dakraam tot kilkepers tenminste 150 cm.
  • afstand van schoorsteen tot knelplank tenminste 75 cm.
  • afstand van bovenkant dakkapel tot de nok, gemeten op de onderconstructie, tenminste 50 cm.

 

Omdat bij kunstriet het drogen (of nat blijven) van het riet geen bepalende factor is voor de levensduur van het dak, kan men zich bij het gebruik van kunstriet meer permitteren op het gebied van dakdoorbrekingen, doorvoeren en killen. Overigens wil dat niet zeggen, dat het inwerken van dakdoorbrekingen, dakkapellen en dakdoorvoeren in een kunstrieten dak makkelijker is dan in een natuurrieten dak; de gevolgen voor de dakbedekking zijn bij inwateren voor kunstriet alleen minder ernstig dan voor natuurriet.

 

Knelling

Overal daar waar riet over de rand van de onderconstructie steekt moet gezorgd

worden voor "knelling". (het riet komt zo onder spanning te staan) De knelling moet

40 tot 60 mm. bedragen. (afhankelijk van de te verwachten windbelasting ter plaatse) De knelling moet aan de bovenzijde arm worden uitgevoerd zodat geen hinderlijke spleet overblijft. Het riet moet ongeveer 15 cm over de knelplank uitsteken, gemeten aan de binnenkant. De Vakfederatie adviseert het overstek van binnenkant breeuw ongeveer 50 mm. armer uit te voeren dan het overstek aan de buitenkant.

(zo blijft de breeuw schoner).

Voor Novariet wordt een overstek van 10 cm geadviseerd.

 

Rietlatten (bij traditioneel gebonden dak)

De eerste rietlat moet worden aangebracht op 200 mm van de knijpplank.

De tweede rietlat op 120 mm van de eerste, elke volgende rietlat op 280 tot 300 mm.

De bovenste rietlat zit op 150 mm van de bovenzijde. De op een na bovenste 200 mm

hieronder.

 

Gaarden in het rieten dak

De gaarde moet bestaan uit gegalvaniseerde staaldraad nr. 6. (5 mm) of 7. (4,6 mm).

De eerste gaarde moet worden aangebracht op 200 mm van de knijpplank.

De tweede gaarde op 120 mm van de eerste, elke volgende gaarde op 280 tot 300 mm.

 

Het binden van het rieten dak

Het riet moet strak gebonden worden op de eerder genoemde gaarde afstanden.

Op hoekkepers moeten rijgers en/of striksteken in het riet worden aangebracht.

Het dun draad moet bestaan uit: 1 mm RVS draad en elke 22 cm worden aangebracht.

 

Nokafwerking van het rieten dak

Het riet moet aan de nok zo hoog worden opgewerkt dat tussen dreef en nokafwerking

niet meer dan 6 cm overblijft en dus niet meer dan 6 cm stoppel zichtbaar is.

De Vakfederatie adviseert om onder de vorsten een strook gaas aan te brengen

(al of niet zichtbaar).

 

Andere toepassingen van riet

Met natuurriet en kunstriet worden ook gevels gedekt. Met natuurriet worden ook windmolens gedekt, hoewel dit een aparte techniek is die altijd traditioneel wordt uitgevoerd.