“Don’t judge a book by its cover.” Maar geldt dat ook voor gebouwen?

Laatst had ik een spuitbus luchtverfrisser in handen, waarop bij de naam “Ocean Breeze*” een sterretje stond. Langs een wirwar van inhoudsopgaven met gruwelijk klinkende ingrediënten en gebruiksaanwijzingen met strenge waarschuwingen in verschillende talen kwam ik uiteindelijk bij de verklaring van het sterretje: “Ocean Breeze*” bleek een synthetisch parfum te zijn. Dat leidt dan toch tot de vraag: welke gebruiker denkt dat de fabrikant van luchtverfrissers echte zeelucht vangt om in een spuitbus te stoppen? En hoe fris ruikt zeelucht werkelijk? Als ik de verpakking moest geloven, vreselijk fris en lichtend blauw. Maar bij mijn meest recente bezoek aan het strand rook de zeelucht toch echt anders - ziltig met een vleugje wier. En misschien zelfs wel een pietsje dooie vis.

Een typisch geval van een naam en een verpakkingsafbeelding, die niet aansluiten bij de eigen ervaring. Overigens ruikt de spuitbus waar “Lavender*” op staat ook niet naar echte lavendel…

 

Wass will das Weib?

Wat is nou een goed gebouw en in hoeverre heeft de schil daarmee te maken? Is dat een gebouw waarvan de gebruiker aan de buitenkant kan zien, wat er binnen te verwachten valt? Dat hangt zeker af, van aan wie je die vraag stelt. Vermoedelijk zal de gemiddelde gebruiker graag zien, dat een gebouw werkt zoals hij denkt dat het zal gaan werken – een ingang die er uitziet als een ingang, een duidelijke routing zodat de gebruiker niet hoeft te zoeken naar waar hij naartoe moet, overzichtelijkheid zodat er geen onaangename verrassingen uit donkere hoekjes kunnen komen. Misschien wil de gebruiker, los van een bedrijfsnaam of uithangbord, ook aan buitenkant van het gebouw een indicatie van wat voor soort functie aan de binnenkant te vinden is. De ene architect zal mogelijk de gebruiker juist willen uitdagen en verrassen, de andere ontwerper streeft er juist naar om de gebruiker gerust te stellen en zich veilig te laten voelen.

 

Keuzes, keuzes

De keuze voor een bepaald type gevel wordt gemaakt op basis van meerdere criteria – het visuele aspect is er daar maar één van. In het bepalen van de keuze wordt natuurlijk ook gekeken naar constructieve eisen, kosten, onderhoud, veiligheid en duurzaamheid. Maar in hoeverre vertelt die keuze iets over de inhoud en de functie van het gebouw? De keuze wordt vaak ook beïnvloed door wat gebruikelijk is in de omgeving, of door wat op dat moment “in” is.

 

Smaken verschillen

Vraag 10 mensen hun mening over een gebouw (of in dit geval de gevel ervan), en je krijgt waarschijnlijk 10 verschillende antwoorden. Waar de een zegt, dat iets “historiserend” is, noemt de ander dat “goed ingepast”. Nieuwbouw van jaren-dertig-woning, bijvoorbeeld. Of middeleeuwse gevels in de Delftse binnenstad. Wat mevrouw Jansen “mooi” vindt, vindt mijnheer De Bruin net zo makkelijk “lelijk”. Als ontwerper kun je het dus niet zo makkelijk voor iedereen goed doen. Maar des te makkelijker is het om het voor veel mensen “fout” te doen…

 

Historiserende bouw in de Vlouw, binnenstad Delft.

Historiserende bouw in de Vlouw, binnenstad Delft

In de binnenstad van Delft is een inbreiding gerealiseerd met een Middeleeuws aandoend profiel en een parkeergarage, foto Margo van Voskuilen.

Over mij

Mijn naam is Margo van Voskuilen, Senior Content Coördinator bij NBD-Online. Vanachter mijn eigen voorgevel houd ik mij bezig met de inhoudelijke invulling van onze website, NBD-Online.nl. Meer over mij vindt u op mijn LinkedIn-profiel.