NS stript dubbeldekkers en kiest voor speelse, kunstige, duurzame inrichting

‘Wij vinden uitstraling heel belangrijk. Beleving en gevoel. Een renovatie is meer technisch, wij hebben het dan ook liever over een modernisering. Bij zo'n refurbishment-operatie wordt het hele treinstel gestript en vanaf casco bouwen we het weer helemaa

 
Aan het woord is Brigitte Matheussen, treinformulemanager bij de NS. In de treinen waarover we het nu hebben – zo'n 250 dubbeldekker intercity's – ligt linoleum van Forbo Flooring. ‘Ze kwamen op het juiste moment met de Artoleum Striato-collectie. Compleet anders dan het traditionele linoleum, precies passend in het nieuwe concept dat we bedachten voor deze modernisering.’

Vloerbedekking is de basis

De vloer is belangrijk in een trein, zo weten Matheussen en industrieel ontwerpster Marion Rovers van Puur|Ruimte uit Eindhoven. Matheussen: ‘Zoals in ieder interieur, is de vloerbedekking de basis. Hier begint het, vanaf de vloer bouw je de inrichting op. Maar belangrijker nog dan de uitstraling en de kleuren, is de kwaliteit. Onderhoud is van eminent belang: de vloer moet makkelijk en snel te reinigen zijn en bijzonder lang meegaan. Gemiddeld gaat een trein ongeveer dertig jaar mee. Op de helft moet er sowieso een technische revisie plaatsvinden: dan wordt de trein technisch helemaal nagekeken en aangepakt. Op dat moment kiest NS meestal ook voor een modernisering, want de trein is dan toch noodgedwongen uit de dienstregeling gehaald. Verder is het vrijwel niet mogelijk, want een trein moet vooral rijden!’

Een vloer om op te bouwen

Dat is ook waarom een vloerbedekking kwaliteit moet garanderen. Rovers: ‘Als er iets mis zou zijn met de vloer, dan zijn we genoodzaakt om de hele inrichting van de trein opnieuw te doen. De bekleding van een stoel of een tafeltje kun je nog relatief makkelijk vervangen, maar als een vloerbedekking niet goed is, moet het hele interieur van de trein eruit. Dat is een enorme kostenpost voor de NS. We moeten dus letterlijk kunnen bouwen op die vloer.’

Reizen moet veilig en leuk zijn

Matheussen: ‘Voor de inrichting van de trein hebben we een behoeftepiramide als basis. We beginnen met een veilige trein, een absolute voorwaarde. Verder hebben we een aantal basisbehoeften voor zowel de klant als de medewerkers van de NS, de dissatisfiers en vervolgens de satisfiers die het reizen voor de klant leuk moeten maken en het werken voor de NS-ers aantrekkelijk. Voor de vloerbedekking betekent dat, dat die makkelijk te reinigen moet zijn en veilig; en dan met name moet voldoen aan de hoge wettelijke brandveiligheidseisen. Tenslotte vragen we een lange levensduur van zeker 10 tot 15 jaar.’

Duurzaamheid en design

Wat NS ook heel belangrijk vindt, is dat de inrichting zo duurzaam mogelijk is. Matheussen: ‘Linoleum is een hele milieuvriendelijke vloer. De productie gebeurt met vrijwel uitsluitend natuurlijke grondstoffen en Forbo Flooring doet heel veel moeite om ook het productieproces zelf zo milieuvriendelijk mogelijk te laten verlopen. In de treinen in Nederland liggen vooral harde vloeren, van oudsher veel linoleum en in sommige treinen rubber. Doordat Forbo Flooring de designs van haar linoleum-collectie flink heeft gemoderniseerd, opteren we nu weer voor die vloerbedekking. We kennen de kwaliteit door de jaren heen, weten dat het zowel in gebruik als in productie zeer duurzaam is en het uiterlijk past nu ook goed bij de moderne inrichting die we wensen.’

Continue innovatie

De klassieke designs van het Marmoleum bestaan nog steeds, maar Forbo Flooring is constant bezig met de verdere ontwikkeling van hun producten, vertelt Stephan Plomp (international account manager transport van Forbo Flooring), die ook bij het gesprek zit. ‘We innoveren continu. Zowel in design – zoals het strepenpatroon van de Striato-collectie die de NS in de vernieuwde treinen laat leggen - als in de producteigenschappen en functionaliteit. Zoals met Topshield2, een nieuwe toplaag die de vloerbedekking veiliger (slipvast) maakt en er bovendien voor zorgt dat de vloer vuil beter afstoot.’

Ontwerpproces

Maar hoe zien die vernieuwde 250 treinen er nu uit en hoe gaat zo'n refurbishment-proces in het werk? Matheussen: ‘Voordat een designbureau aan de slag kan gaan, maken we eerste een briefing waarin staat wat we willen bereiken met de trein. Ieder compartiment in zowel de eerste als de tweede klas willen we een bepaalde uitstraling geven. De basis is de NS-huisstijl: in de eerste klas overheerst rood en in de tweede klas is blauw de standaard-kleur. We nodigen vervolgens een aantal designers uit om hiermee aan de slag te gaan. Puur|Ruimte is zo langzamerhand gespecialiseerd in het vertalen van onze wensen naar een concreet ontwerp.’ Rovers: ‘Ik werk al ruim 15 jaar voor de NS. Mijn eerste klus was de inrichting van de Thalys.’

 
Rovers vervolgt: ‘Voor een industrieel ontwerper is een trein inrichten geweldig om te doen. Het is een project dat alles heeft. Je begint heel grof met de wensen en eisen van de reiziger en het personeel. Meestal maak je dan twee of drie conceptontwerpen, waaruit een uiteindelijk definitief schetsontwerp ontstaat: grove indelingen, kleurcombinaties en productkenmerken. Vervolgens gaan we op detailniveau werken. Hoe gaan we de stoelen vormgeven? Welke stof, welke stiknaden. En dat geldt ook voor het plafond, het licht, het bagagerek, de wanden en de vloeren. Ik krijg een treinstel casco opgeleverd en ga dat helemaal tot in detail inrichten. Dat is een proces dat vanaf het uitschrijven van de opdracht tot de uiteindelijke oplevering – in delen uiteraard, want je kunt niet ineens een groot deel van de vloot uit de dienstregeling halen – in totaal zo'n twee jaar duurt.’

Uniek eindresultaat

En hoe is dan het eindresultaat? Hoe zien de 250 treinstellen er uiteindelijk uit na de hele operatie? ‘We hebben een hele eerlijke trein gemaakt. Zowel qua materiaalkeuze - naast de duurzame vloeren bijvoorbeeld ook de zeer dunne ronde led-verlichting in het plafond, waarmee de NS de eerste ter wereld is – als op het gebied van onderhoud en energieverbruik. Beneden is een ontmoetingsplek. Daar zijn de plekken royaler. Bovenin de dubbeldekker is ruimte voor rust en werk. Dat is een lichte, rustige en intieme omgeving, waar we gespeeld hebben met zaken die er toch moeten zijn. Denk bijvoorbeeld aan de zeefdrukken op de glazen wanden. Die lijken op afstand heel klassiek, maar als je dichterbij komt blijken het kippenpoten, motten en spruiten te zijn. Heel speels. Net als de kunst, die belangrijk is voor de NS. In iedere trein hangen kunstwerken, daarmee zijn de Nederlandse Spoorwegen uniek.’